De gelijkenis van de talenten

Marten JanResources

We zijn bezig met een serie te preken over het leven van Jezus. Omdat alles wat er gebeurd in het christendom om Jezus draait. Als we Jezus niet hadden gehad, dan hadden we hier nu niet bij elkaar gezeten. Dan hadden we nu geen feest kunnen hebben van een nieuw leven. Dus het is goed om meer van Jezus te willen weten, omdat de bijbel leert dat als we meer van Jezus leren kennen, we meer van God leren kennen. Vandaag behandelen we de gelijkenis die Jezus vertelde over de talenten.

Jaren geleden was er een man, we noemen hem Piet, die drie mensen voor zich had werken. Die drie mensen waren ontzettend verschillend. Er was er één, John, die de universiteit had gedaan, die was slim en erg handig. Hij ging om met de dingen van zijn baas alsof het zijn eigen spullen waren, super voorzichtig, maar hij zag wel mogelijkheden om het goed te benutten. John hield van hard werken, maar ook wel van het lekker genieten van de dingen die het leven gaf.

Die Piet die had nog een andere werknemer, Klaas, en Klaas was ook best slim. Hij had wel geen universiteit gedaan, maar toch was hij slim. Hij probeerde altijd alles zo te regelen dat anderen voor hem aan het werk waren en hij zo min mogelijk hoefde te doen. Klaas verkocht het vervolgens alsof hij het zelf allemaal gedaan had en trapte daarbij andere mensen nog wel eens naar beneden. Hij was namelijk wel slim, maar had niet zoveel inzicht als anderen. Eerlijk gezegd wist hij niet echt wat werken was en hij had er ook wel een hekel aan. Bij het woord werk werd hij al moe. Maar Klaas was ook bang, bang dat anderen door zouden krijgen dat hij eigenlijk niet zo goed was als hij liet voorkomen en dat hij dan ontslagen zou worden.

Piet had ook nog een andere werknemer, Thijs. Die was niet zo heel erg geschoold. Thijs had met moeite zijn MBO afgemaakt, heeft daarvoor weken moeten blokken, omdat hij gewoon wat moeite had met de theorie. Maar Thijs was wel een man met gouden handjes. Was er iets kapot, hij maakte het wel. Was er ergens een probleem, hij loste dat probleem op. Was er een mogelijkheid voor Piet, Thijs liet die aan Piet zien, waardoor Piet veel succes kon boeken. Een mens zoals Thijs wil iedereen wel voor zich hebben werken. Op een dag moet Piet naar het buitenland, hij gaat voor een langs reis weg. Piet vindt dat geld moet rollen en houdt ervan wat risico te nemen. Hij roept Thijs bij zich. Hij zegt: “Thijs, ik moet voor een lange tijd naar het buitenland. Dat is niet zo leuk, maar ik heb een plan. Hier heb jij 24 miljoen euro. Ik wil dat je die 24 miljoen euro gebruikt op de manier waarop je altijd voor mij hebt gewerkt.” Thijs was super enthousiast. Hij had namelijk net een ontzettend gave businessdeal gezien die hij aan Piet wilde vertellen, die businessdeal kostte 24 miljoen euro, maar had veel potentie. Thijs ging aan de slag met die 24 miljoen euro en werkte kei hard. Uiteindelijk maakte hij van die 24 miljoen 48 miljoen euro.                                                                         Zo riep Piet ook John bij zich. Piet zei: “John, ik moet voor een lange tijd naar het buitenland. Dat is niet zo leuk, maar ik heb een plan. Hier heb jij 9.6 miljoen euro. Ik wil dat je die 9.6 miljoen euro gebruikt op de manier waarop je altijd voor mij hebt gewerkt.” John ging weg en begon te rekenen, hij keek om zich heen en zag een super mooie kans. Hij stapte in die kans van 9.6 miljoen euro en zette zich in. Hij ging er helemaal voor. Uiteindelijk maakte John van die 9.6 miljoen 19.2 miljoen euro.                                                                                        Als laatste riep Piet Klaas bij zich. Piet zei: “Klaas, ik moet voor een lange tijd naar het buitenland. Dat is niet zo leuk, maar ik heb een plan. Hier heb je 4.8 miljoen euro. Ik wil dat je die 4.8 miljoen euro gebruikt op de manier waarop je altijd voor mij hebt gewerkt.” Klaas ging weg en dacht… Oef! Dat is een verantwoordelijkheid! Ik ben wel een beetje bang, stel je voor dat dit mis gaat? Stel je voor dat ik het fout investeer? Ik kan nu niet vragen aan anderen wat ik hiermee moet gaan doen, want wat zouden die wel niet van mij denken? Ik moet goed nadenken! Na even goed na te hebben gedacht nam Klaas de 4.8 miljoen euro op, liep naar de kluis die hij in zijn woning had staan en stopte al het geld in de kluis. Veilig en wel. Hij vond het wel best, hij was eigenlijk boos op Piet dat hij hem hiermee een probleem in zijn maag had gesplitst. Hij vond het wel best.

Na verloop van tijd kwam Piet terug. Piet riep eerst Thijs bij zich. Thijs vertelde wat hij had gedaan, hij was helemaal enthousiast, want het plan wat hij had, had goed uitgewerkt. Thijs vertelde over de dingen die goed waren gegaan, hij vertelde over de minder goede dingen en uiteindelijk vertelde hij over hoe hij er 24 miljoen bij had verdiend en dus nu 48 miljoen kon teruggeven aan Piet. Piet werd ook helemaal enthousiast en zei dat hij Thijs zou gaan belonen omdat was gebleken dat Thijs zo’n goede werknemer was.                                                 Vervolgens riep Piet John bij zich. John vertelde wat hij had gedaan. Hij vertelde over zijn denkwerk, over de adviezen, zijn wikken en wegen. Hij vertelde van de investering die hij had gedaan en hoe hij dat had berekend. Hij vertelde over hoe hij had genoten van de investering en hoe het allemaal goed uit had gepakt. Vol overgave en vol schema’s en berekeningen liet John zien wat hij had gedaan met het geld van Piet en dat er onderaan de streep een winst was van 9.6 miljoen euro. Piet werd ook helemaal enthousiast en zei dat hij John zou gaan belonen omdat was gebleken dat John zo’n goede werknemer was.                                                                Uiteindelijk riep Piet Klaas. Klaas kwam en die kwam met een grote rugtas. Hij zei dat hij het geld had opgenomen en in de kluis had gedaan. Hij vertelde over zijn angsten en dat hij geen advies aan anderen had durven te vragen. Hij vertelde erover wat allemaal fout had kunnen gaan. Hoe meer Klaas aan het woord was, hoe bozer Piet werd. Uiteindelijk schreeuwde Piet: “Genoeg! Ga weg van mij! Jij bent ontslagen. Ik wil je niet meer zien!” Klaas droop af en liet zijn rugtas liggen. Piet pakte de rugtas op en gaf die aan Thijs. Hij zei: “Thijs, jij bent zo’n goede werknemer, ik geef je nog wat extra verantwoordelijkheid. Hier heb je nog 4.8 miljoen. Investeer die ook maar.” En Thijs? Thijs ging aan de slag.

Wie herkend dit verhaal? Ik denk dat iedereen het verhaal van de talenten zal hebben herkend. Mocht je het niet hebben herkend, in Mattheus 25:14-30 verteld Jezus een verhaal van een zakenman die 3 slaven had. Hij gaf ze 5,2 en 1 talenten en die van 5 en 2 zetten het in en degene met 1 talent die verzon een smoes en had het verstopt. Tegen de eerste twee zei Jezus: “Goed gedaan, goede en trouwe slaaf. Over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen. Ga in, in de vreugde van uw Heer.” Over de slaaf die niets had gedaan zei Jezus: “Neem daarom het talent van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft.”

Jezus vertelde dit verhaal behoorlijk aan het einde van zijn bediening op aarde. Het leek wel alsof hij nog even wat dingen wilde benadrukken. Het was niet heel ver voordat het laatste avondmaal gevierd zou gaan worden. Het lijkt wel alsof Jezus zijn discipelen nog even een aantal dingen op het hart wil drukken.

Er zit een verbinding tussen dit stuk en het eerdere stuk van de meisjes die op de bruidegom aan het wachten waren met de lampen. Toen de bruidegom kwam hadden een paar meisjes wel extra olie en een paar niet. Het is een oproep om voorbereid te zijn op de terugkomst van Jezus. Die voorbereiding is niet alleen maar verstandig zijn, maar juist ook trouw te zijn.

Die talenten zijn veel geld waard. Eén talent was 6000 denarie en een Denarie is 1 dagloon. Omgerekend kom je dan op een bedrag van 4,8 miljoen euro per talent. Het zegt iets over het vertrouwen dat de heer in zijn knechten had. Daarnaast zegt het ook iets over de verantwoordelijkheid die de dienstknechten hadden.

De heer wist van tevoren al wat de bekwaamheden waren van de verschillende dienstknechten. Net zoals in mijn verhaaltje, daar wist Piet allang dat Klaas altijd zijn snor drukte. De bekwaamheid die hier staat spreekt van het vermogen om iets ten uitvoer te brengen. Elke knecht kreeg een bepaald aantal talenten naar datgene wat hij aankon. Wat je alleen mist in de derde knecht is trouw.

De knechten gaan aan de slag. Wat ze gaan doen is niet relevant genoeg om te vermelden, dus voor ons ook niet belangrijk om te proberen na te jagen. Dat doet er eigenlijk helemaal niet toe, want als het echt belangrijk was geweest had de bijbel dat wel vermeld. Wat de bijbel wel vermeld, is wat er gebeurd op het moment dat de knechten rekenschap moeten afleggen. De heer zegt tegen de twee knechten die wat gedaan hebben met hun talenten: “Wel gedaan, gij goede en trouwe slaaf.”

Wat leren we hiervan? à De Heer prijst de trouw van de slaven, niet zozeer het resultaat wat ze hebben behaald. Hij zegt tegen de slaaf met de 5 talenten dat hij het goed heeft gedaan, maar ook tegen de slaaf met de twee talenten dat hij het goed heeft gedaan. Beide slaven krijgen een beloning voor datgene wat ze met hun talenten hebben gedaan.

Beide slaven worden over iets gesteld als in de verhouding veel tot het weinige waarover ze in eerste instantie waren gesteld. Wat het precies is waarover ze worden gesteld, staat hier niet. Je zou wat kunnen opmaken (als je de vergelijking verder doortrekt naar het uiteindelijke oordeel) uit wat dingen die in Openbaringen staan, maar dat is voor nu niet relevant. Hun valt in ieder geval rijkdom en verantwoordelijkheid ten deel. Een oude legerofficier vergeleek het koninkrijk van God wel eens met het leger. Als je in het leger iets goed uitvoert, dan krijg je meer verantwoordelijkheid. Als je dat ook weer goed uitvoert, krijg je weer meer verantwoordelijkheid. Zo blijft dat doorgaan.

De derde knecht komt ook ten tonele en hij verdedigt zijn handelswijze met leugens. Hij beschrijft zijn meester als iemand die streng is, iemand die oogst waar hij niet gezaaid heeft en inzamelt waar hij niet gestrooid heeft. Nog even los van het feit dat hij niets heeft gedaan met datgene wat hem was toevertrouwd, beledigd hij zijn Heer ontzettend. Het verhaal laat zien dat de heer helemaal niet zo is. Dat is dan meteen wel een extra reden voor de heer om boos te worden op deze knecht. Het is niet de rechtmatige angst voor de heer, maar het gaat hier om veel meer dan dat. De knecht had een passieve houding, hij minachtte zijn heer en was ontzettend egoïstisch. Dat egoïsme komt weer naar boven op het moment dat de knecht zegt: “Hier hebt u het uwe.” Hiermee wil hij eigenlijk zeggen: “Zo, hier is het, meer kunt u redelijkerwijs niet verlangen.” Dat laat de foute instelling van deze knecht nog eens extra naar voren komen. Hij had de talenten namelijk niet gekregen om te begraven, maar juist om te beheren.

Vervolgens maakt de heer het ontzettend duidelijk dat de knecht iets had moeten doen met de talenten die hem waren toevertrouwd. Die knecht had misschien wel iets heel groots willen doen. Maar als je het grote niet kunt doen (die knecht had niet de mogelijkheden als de knecht met de vijf talenten) en je met het kleine niets wil doen (hij begroef het en zette het niet eens weg tegen rente), dan loop je de kans dat je niets gaan doen en passief wordt. Uiteindelijk laat het stuk zien dat er straf is. Er is niet alleen straf voor het doen van verkeerde daden, maar dus ook voor het niet doen van de goede daden. Op de straffen ga ik nu even helemaal niet inzoomen, maar we gaan het wel met elkaar hebben over de verantwoordelijkheden van de knechten.

Zoals ik al heb verteld, zijn we vanochtend bij elkaar omdat we vieren dat Jezus hier op aarde heeft geleefd. Hij heeft mensen onderwezen en Hij heeft veel wonderen gedaan. Jezus is aan het kruis gegaan en droeg daar onze zonden, ziekten, pijn, angst en verdriet (niet limitief). Hij stierf aan het kruis en na drie dagen is Hij uit de dood opgestaan en Hij leeft! Door wat Jezus heeft gedaan, is de weg voor ons open om weer relatie met God te hebben. Alles is weer mogelijk, omdat Jezus leeft! Als je Jezus nog niet in je leven als Heer en meester hebt aangenomen, nodig ik je van harte uit om dat te doen. Het zal je goed doen, zowel voor je leven hier op aarde als voor je eeuwig leven.

Jezus is weer naar de hemel gegaan en de Heilige Geest is uitgestort. De Heilige Geest woont in ons en heeft aan ons zo gezegd “Geetselijke gaven” gegeven. 1 Korintiërs 12:11 zegt dat de Heilige Geest de gaven heeft uitgedeeld zoals Hij dat wil.

Een mega korte samenvatting over wat Geestelijke gaven zijn:

  • Wat is een geestesgave à Een Goddelijke bekrachtiging of capaciteit die God aan jou geeft, wat ervoor zorgt dat jij goed wordt in iets door Gods kracht en voor Zijn doel en glorie. Geestelijke gaven zijn wat anders dan gewone talenten of vaardigheden, omdat ze door God zijn bekrachtigd.
  • Wie ontvangt die geestesgaven? à 1 Korintiers 12:7 zegt: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander.” Dus je kan zeggen dat iedere christen ten minste 1 geestelijke gave heeft.
  • Wie wijst die geestelijke gaven toe? à Zoals ik net al ze staat er in 1 korintiers 12:11 dat de Heilige Geest de gaven heeft uitgedeeld zoals Hij dat wil.
  • Hoeveel geestelijke gaven zijn er? à De bijbel spreekt over 20 geestelijke gaven, maar de meeste geleerden zijn het erover eens dat het geen limitatieve lijst is.
  • Hoe kom ik erachter wat mijn geestelijke gaven zijn? à Ga op ontdekkingstocht. Daar heb ik deze mooie vuurkorf voor meegenomen.

Wie houdt er van een vuurtje stoken? Ik hou er ontzettend van. Lekker een vuurtje maken, wijntje of een biertje erbij. Een goed boek, een goed gesprek of een spelletje. Wat te knabbelen. Helemaal goed J

Wat moet je doen om een goed fikkie te krijgen? à Je hebt aanmaak houtjes nodig. Die moet je goed stapelen, al dan niet een aanmaakblokje eronder, dan steek je het vuurtje aan. Je zal zien dat het vuurtje snel gaat branden. De houtjes hebben niet heel veel moeite om in de fik te vliegen en ze fikken best fel. Je kan wel een beetje een vergelijk trekken naar mensen die net tot geloof komen, die staan ook in vuur en vlam voor Jezus, ze zijn ontzettend fanatiek. Daarnaast zien ze ook vaak dingen in hun leven gebeuren die ik niet zo vaak zie. Ik had een vriend die niet heel erg lang daarvoor tot geloof gekomen was, die had zeer regelmatig dat mensen genazen als hij voor ze bad. Mensen die uit rolstoelen opstonden, oren die weer open gingen en nog meer van dat soort dingen. Zoiets zie je ook vaak gebeuren bij mensen die net een geestelijke gave gaan ontdekken. Ze zien er erg grote dingen in. Toen ik net de gave van profetie ontdekte, had ik bij bosjes woorden voor mensen die ook nog eens erg vaak raak waren. Dat is echt super goed.

Wat merk je als je de aanmaakhoutjes een tijdje laat branden? à Het brandt fel en kort. Als je aanmaakhoutjes aansteekt en je komt na een kwartier terug, dan zijn ze weer uit. Zo is het ook met geestelijke gaven, als je er niets mee doet, doven ze vanzelf weer uit (als jij een profetie krijgt, maar je sluit jezelf ervoor af, zal je ook steeds minder horen).

Wat moet je doen om het vuurtje brandend te houden? à Je hebt ander hout nodig, grotere blokken. Je moet investeren in je vuurtje en grotere blokken hout op het vuur gooien. Als je op gezette tijden een blokje hout investeert in je vuurtje, dan blijft het vuurtje lekker branden. Anderen kunnen zich dan goed aan je warmen en jij kan er zelf ook lekker van genieten.

Zo is het dan ook weer met die geestesgaven. Jij moet investeren om die verder te ontwikkelen. Net zoals die knecht die 5 talenten had gekregen, die ging investeren om ervoor te zorgen dat die 5 talenten zouden gaan groeien. Maar hoe groei je nou met geestesgaven? Er zijn ongelofelijk veel boeken geschreven over verschillende geestelijke gaven (sommige zijn drama, maar er zijn er veel die goed zijn), lees boeken over de geestelijke gaven die jou aanspreken. Daarnaast is het goed om anderen op te zoeken die dezelfde geestelijke gave hebben. Heb je het gevoel dat onderwijs iets voor jou is? Spreek erover met Arjan. Heb je het gevoel dat je iets met profetie en het verstaan van Gods stem hebt? Spreek met Ton of Adrie of anderen waarvan je het gevoel hebben dat ze daar ook iets in hebben. Heb je geen flauw benul wat je geestelijke gaven zijn? Spreek met mij en we gaan met elkaar onderzoeken wat je geestelijke gaven zijn. Daar zijn ontzettend veel dingen over geschreven en we gebruiken als kerk daar ook veel dingen in.

Bespreek in je gemeentegroep, met vrienden of bekenden wat zij denken wat jouw geestelijke gaven zijn. Vaak zijn het dingen die mensen wel zien en jij misschien zelf ook wel een beetje denkt, maar is het wel fijn dat er een bevestiging komt. Maar ga vervolgens investeren in die gave. Jezus zal ons aan het einde van ons leven vragen; “Wat heb jij gedaan met de talenten die ik je gegeven heb?” Ik zal dan graag willen kunnen zeggen dat ik heb geïnvesteerd en er meer van heb kunnen maken.

Aan jou is het de keuze om te gaan investeren, iemand anders kan het niet voor je doen. De bijbel geeft een belofte dat als je investeert dat er rendement zal gaan komen.

Als mijn vuurtje lekker brand, dan kan ik uiteindelijk dit blok op het vuur gooien. Dit is een erg groot blok, stevig en solide. Hij heeft veel massa en zal goed kunnen branden. Het kost even tijd voordat hij brandt, maar als hij dan brandt doet hij dat ook lang. Er kan een situatie in je leven voorkomen dat je dit blok erop hebt gegooid en vervolgens niets meer met het vuurtje hebt gedaan. Het vuurtje kan wat uitdoven en misschien zie je wel helmaal geen vlammen meer. Het voordeel van grotere blokken is dat ze ontzettend lang blijven nagloeien.

Een beetje vuurstoker onder ons weet dat als iets gloeit het nog niet uit is. In 2 Timotheüs 1:6 zegt Paulus tegen Timotheüs dat hij de genadegaven die God onder handoplegging van Paulus heeft gegeven aan Timotheüs aan moet wakkeren. Dat sloot aan bij de verbeelding van die tijd. Een vuurtje aanwakkeren.

Ik heb regelmatig een vuurtje moeten aanwakkeren in onze tuin, omdat ik niet goed aan het opletten was geweest. Dat doe je als volgt: Je neemt wat kleine aanmaak houtjes, die leg je bij het gloeiende deel van het grote blok, vervolgens blaas je tegen het houtblok. Vervolgens zie je het gebeuren dat het hout weer fel begint te gloeien, er komt weer hitte. Er komen weer vlammen en de aanmaakhoutjes gaan in de fik. Vervolgens investeer je weer een wat groter blok wat fik vat en dan gaat het grote stuk hout ook weer branden.

Denk voor jezelf eens na hoe je zou kunnen gaan ontwikkelen in je geestelijke gaven. Misschien is het goed om met een paar mensen bij elkaar te komen en te gaan leren over die geestelijke gave en ontwikkelen jullie je geestesgaven verder uit. Als het dan niet je geestesgave blijkt te zijn, dan stop je er gewoon mee en ga je weer verder op zoek naar jouw echte geestesgave. Kijk ik even naar mijn eigen leven, dan ben ik erachter gekomen dat profetie niet direct de belangrijkste gave is die ik heb. Ik heb er een tijdje in geïnvesteerd, maar ik heb die investeringen op een wat lager pitje gezet. Ik investeer nu weer in andere dingen waarvan ik geloof dat die nu mijn geestesgave zijn. Zo ben ik nu één van de drie oudsten hier in de kerk en investeer ik daarin.

Zo had ik het gevoel dat God mij een gave van geloof heeft gegeven voor wat Hij wil gaan doen. Daarin investeer ik, soms juist wel tegen alle logische dingen in. God heeft tegen ons gesproken over het zijn van een missionaire resource kerk en vanaf dat moment hebben we ook een behoorlijk aantal mensen weg zien gaan. Dat kan soms erg frustrerend zijn en het zorgt er ook wel eens voor dat je geloof in datgene wat God gezegd heeft onderuit wordt gehaald. Ik merk dat God mij gebruikt om juist in die situaties te zien wat Hij aan het doen is. De vruchten te zien ontstaan en die ook te benoemen. De preek van Joop van een paar maanden geleden heeft mij daar ontzettend in aangemoedigd. Hij sprak toen over “Wat zie je?” in combinatie met het feit dat Jezus de storm stilde. Wat ik zie ontstaan op dit moment in de gemeente, is dat we het zijn van een resource kerk meer zichtbaar wordt.

Ik wil dat je jezelf de vraag stelt. Wat zou er gebeuren als jij je geestelijke gaven (opnieuw) zou in gaan zetten voor de kerk? Wat voor een effect zou dit gaan hebben op de kerk? Stel je voor dat we met de ongeveer 40 leden die we op dit moment zijn allemaal onze geestelijke gaven in gaan zetten, wat zou God dan kunnen gaan doen? Als dat een cultuur wordt in onze kerk dat iedereen zijn geestelijke gaven inzet? Wat voor een effect zou dat gaan hebben op de zondag? Of op de dagen door de weeks, waarin we net zo goed kerk zijn als nu? Wat voor een effect zou dat gaan hebben als we uitgroeien naar 100 leden of meer? We hoeven niet te kijken naar wat andere kerken allemaal doen, we mogen hen zegenen voor de gaven die zij van God hebben gekregen en inzetten. Kijk naar jouw eigen leven, kijk naar jouw geestelijke gaven, de talenten uit het verhaal, wil jij ze inzetten ten behoeve van de kerk en haar missie? Als je nog niet weet wat jouw gaven zijn, wil je gaan ontdekken wat jouw gaven zijn, zodat je ze kan inzetten? Wil je met God die uitdaging aan gaan om de talenten die Hij je gegeven heeft in te zetten? Als je dat wilt, dan mag je gaan staan, dan zal ik je vanaf hier zegenen, gaan we een lied zingen en daarna afsluiten. Als je er langer over na wilt denken, mag dat. Maar als je een keus wilt maken in je hart, mag je gaan staan.