Evangelische Kerk Utrecht, een geweldige kerk!

Marten JanResources

Evangelische Kerk Utrecht, een geweldige kerk!
Steeds mooier

 
 
00:00 / 44:01
 
1X

2 Kor 7:2-16

Het is wel super mooi om een verschil te zien in de brieven en in wat er gebeurd is in de kerk in Korinthe. Een tijdje geleden heb ik gesproken over kliekjesvorming en het belang dat dit niet zo was. De Korintiërs gingen achter personen staan in plaats van zich te beroemen op God. Paulus heeft in zijn brieven veel corrigerende woorden gesproken en uiteindelijk komt Titus weer terug uit Korinthe en die brengt goed nieuws. Ik kan me indenken wat dit te weeg gebracht moet hebben bij Paulus.

Als je terugkijkt op je leven, dan zal je vast wel een aantal momenten kunnen herinneren waarvan je denkt: “Dat had ik graag wat anders gedaan.” In je leven zijn er veel dingen waarvan je weet dat je ze best wel goed hebt gedaan, waarin je misschien wel Gods hand ziet. Maar er zijn ook dingen die wat minder zijn. Beloftes die je hebt gemaakt en niet bent nagekomen, slechte gewoontes die je hebt en waar je maar niet van af komt, zonden die je begaat, mensen die je zou willen spreken of in contact mee zou willen blijven, of mogelijkheden waar je niet op ingegaan bent. Hoe hoger je jouw doelen stelt en hoe gevoeliger je geweten is, des te meer spijt je kan hebben van hetgeen je niet goed gedaan hebt. Soms kan dat best pijn doen of heb je ontzettend verdriet over wat er niet goed is gegaan. Maar soms kan het verdriet ook onterecht zijn, omdat God iets op een bepaalde manier leidt.

Als je kijkt naar dit stuk, dan valt het op dat Paulus behoorlijk positief is over de kerk. Paulus was blij dat Titus weer terug bij hem kwam, maar hij was nog veel blijer over het verslag wat Titus bracht over de kerk in Korinthe. Dat staat in behoorlijk schril contrast met de kliekjes die Paulus in 1 Korintiërs had benoemd, maar er zat al wel een stijgende lijn in. Peter vertelde onlangs al dat er een brief aan de Korintiërs verloren is gegaan en hoe die brief er dan ongeveer uitgezien zou moeten hebben. Daarop is een reactie gekomen en dat stemde Paulus al tot blijdschap. In het stuk wat Peter toen behandelde, 2 Kor 2:5-8, zei Paulus al dat ze de persoon die ze eerder moesten verbannen, weer met genade en liefde moesten benaderen. Schijnbaar was er een opgaande lijn in wat er gebeurde in Korinthe. Het werk wat Paulus daar gedaan heeft, begon zijn vruchten af te werpen.

Wij zitten in de prekenserie steeds mooier en spreken ook uit over de kerk: “Evangelische Kerk Utrecht, een geweldige kerk!” En toch zijn we bezig met de serie steeds mooier. Dat komt omdat we als kerk in beweging zijn. De vorige keer sprak ik over “Alles wordt nieuw” en dat sloot mooi aan met het feit dat we toen de laatste zondag in ons oude gebouw hadden. Toen heb ik ook de geschiedenis van de kerk verhaald, die geschiedenis is best rijk en mooi, maar we kwamen uit op een punt waarin we als kerk het gevoel kregen dat we stil stonden en steeds meer naar binnen gericht waren. Als kerk zaten we in een ongezonde situatie, er waren wel meer mensen maar de kerk was niet gezond. We zijn met elkaar aan de slag gegaan en zijn een verander proces in gegaan.

Vanuit die situatie zijn we als oudstenteam, onder Gods leiding, begonnen met het veranderen van de kerk. We kregen in die periode ook woorden over ons als kerk waarin we met elkaar tot de conclusie kwamen dat God ons ziet als een Missionaire Resource kerk. Veel werk aan de winkel.

Paulus had in Korinthe een situatie meegemaakt die ervoor had gezorgd dat de kerk zich afkeerde tegen Paulus. Dit heeft ervoor gezorgd dat Paulus een brief stuurde naar de kerk in Korinthe om duidelijk aan te wijzen waar het niet goed zat in de kerk en om hun liefde voor Paulus weer nieuw leven in te blazen. Die brief gaat richting Korinthe en vervolgens schrijft Paulus in vers 8 dat hij er wel aanvankelijk wel berouw van heeft gehad. In de Korinthe brief wordt wel duidelijk dat er redelijk wat spanning heeft gezeten in Paulus en het team wat hij had. In hoofdstuk 2:4 schrijft Paulus dat hij de eerdere brief geschreven heeft onder tranen, zodat ze op die manier zouden ervaren hoeveel liefde hij voor hen had.

Als je veel met iemand optrekt, dan kan je op een gegeven moment ook zijn spanning voelen. Dan zie je de moeite en pijn die iemand heeft. Titus trok erg intensief met Paulus op en wordt door Paulus naar Korinthe gestuurd om te kijken hoe de spreekwoordelijke vlag erbij hangt. Titus werd met spanning die kant op gestuurd. Hij komt in Korinthe aan en ziet dat er een verandering is gekomen in de houding van de Korintiërs ten aanzien van Paulus, team Paulus. Titus brengt verslag uit bij Paulus en beschrijft * het verlangen van de Korintiërs om Paulus weer te zien, * het treuren om de verstoorde relatie, * het treuren om de begane en toegelaten zonden en * hun ijver. De ijver is daarin op te vatten als ijver om de naam van Paulus te zuiveren van iedere blaam of verdachtmaking en verder het gezag van Paulus hoger te stellen dan het gezag van verschillende leraren die de gemeente bezochten. Paulus is blij en dat komt omdat de Korintiërs “verdriet hadden die God wilde” door de woorden die Paulus gesproken heeft.

Er zijn drie punten die ik wil maken waarom het “verdriet wat God geeft” zorgt voor redding en dus voor groei.

  1. Verdriet wat God geeft is goed. 2. Verdriet wat God geeft zorgt voor bekering 3. Verdriet wat God geeft leidt tot redding.

Vers 9 en 10 spreken over het volgende: Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering. Want u bent bedroefd geweest overeenkomstig de wil van God, zodat u in geen enkel opzicht door ons schade hebt geleden. Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg. Want zie, juist dit, dat u overeenkomstig de wil van God bedroefd bent geworden, wat een grote inzet heeft dat in u teweeggebracht.

Het verdriet wat hier bedoeld wordt is het verdriet over hoe ze zijn gevallen voor Paulus’ tegenstander en daarin Paulus onheus hebben behandeld. Het is een treuren over het verdriet over de gepleegde zonden. Het is verdriet wat door God wordt gegeven. Het is wel mooi om te zien dat het tegenovergestelde van verdriet wat God geeft niet de afwezigheid van verdriet is, maar werelds verdriet. En werelds verdriet leidt tot de dood.

Het is wel heel belangrijk om een goed onderscheid te maken tussen verdriet dat God geeft en een werelds verdriet.

Er zitten twee belangrijke verschillen tussen werelds verdriet en verdriet dat God geeft: 1. Je baalt van iets wat je hebt gedaan, omdat het als een boemerang naar je terugkomt en zorgt voor vernedering en straf. Trots zorgt ervoor dat je jezelf altijd beter voor wilt doen dan je bent, terwijl angst ervoor zorgt dat we verdriet krijgen van bepaalde dingen die ons uit onze comfortzone of veiligheidsgebied halen. Ergens spijt van hebben, betekend niet meteen dat we berouw hebben. Verdriet wat God geeft laat ons inzien dat niet ons ego, maar Gods ego is beschadigd. Het doet ons verdriet dat we Gods eer hebben neergehaald. De focus van Goddelijk verdriet is God terwijl in werelds verdriet de focus op onszelf ligt. 2. We worden door Gods woord gewezen op zonden in onze levens, terwijl werelds verdriet erom gaat dat we de eer van mensen niet willen verliezen. We kunnen verschrikkelijk spijt hebben van iets wat we hebben gedaan, omdat mensen hierdoor denken dat dit stom, onhandig of verwerpelijk was. Als we bang zijn wat mensen vinden, worden de woorden van mensen het criterium wat goed en fout is in plaats van het Woord van God.

Verdriet wat God geeft is het vervelende gevoel in je buik op het moment dat je de bijbel leest en ziet dat hetgeen wat jij gedaan hebt zonde is. Dat door jouw acties Gods eer is aangetast en je God daarmee pijn gedaan hebt.

In vers 7 en vers 9 wordt gesproken over het verdriet wat de Korintiërs hadden en dat Paulus zich daarover verheugd. Je kan het vergelijken met pijn. Op zich is pijn niet echt een geweldig iets. Terwijl het wel degelijk een belangrijke functie heeft. Stel je voor dat je nooit pijn zou voelen, dan voel je het niet wanneer je jezelf snijdt en kan je hand eraf snijden zonder dat je het weet. Of je kan je handen verbranden aan kokend water zonder dat je het door hebt. Of je hebt pijn van een ontsteking , wat ervoor zorgt dat je het gaat verzorgen voordat het koudvuur wordt en een lichaamsdeel moet worden afgezet.

Verdriet wat God geeft is eigenlijk wat pijn doet bij ziekte of snijden. Het wijst je op iets wat niet goed gaat in je leven. Natuurlijk zijn er schuldgevoelens die niet kloppen, net zoals er fantoompijn is. Misschien is dat wel wat Paulus meemaakte toen hij zijn spijt of berouw beschreef in vers 8. Hij was ergens wel bang dat de relatie met de Korintiërs hierdoor voorbij zou kunnen zijn. In dat geval was het dus fantoompijn.

Wanneer je merkt dat er iets wordt geprikt in jezelf of je geweten pijn doet, dan kan dat een indicatie zijn dat er iets in je leven niet goed zit en God je daarop wijst. Voor ons is het belangrijk om hier niet bij weg te rennen, maar het te gaan onderzoeken. Op het moment dat de pijn inderdaad van God komt, dan moet je naar Jezus gaan voor de bestrijding van de pijn.

  1. Verdriet wat God geeft zorgt voor bekering.

Vers 9 zegt dat Paulus zich verblijd. Niet over het verdriet van de Korintiërs, maar dat dit geleid heeft tot bekering. Vers 10 geeft de waarheid hierachter: Verdriet wat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwd.

Wat goed is om te weten, is dat jezelf vervelend of schuldig voelen of spijt hebben van datgene wat je gedaan hebt, niet hetzelfde is als bekering.

Theoloog Wayne Grudem beschrijft bekering als volgt: “Bekering is een oprecht verdriet over zonden, afstand doen van deze zonde en een oprecht verlangen hebben om het achter je te laten en in gehoorzaamheid aan Jezus te wandelen.”

Bekering is, net als geloof, het verstandelijk begrijpen dat het niet goed is en een overtuiging in je hart over datgene wat de bijbel leert over zonden en een persoonlijke keuze om jezelf ervan af te keren. Het is je bekeren van zonden en een beslissing van je wil om die zonde achter je te laten en een leven te willen leven in gehoorzaamheid aan God.

Dat maakt dus het verschil met het verdriet over de straf die je ervoor krijgt. De focus ligt op God en een leven willen leven met Hem.

De test of verdriet van God is, is of het zorgt voor bekering. De test tussen verdriet van God of werelds verdriet is of het verdriet ervoor zorgt dat er verandering in je daden komt.

Paulus beschrijft de verandering bij de Korintiërs. Van afwijzing van Paulus, naar een diep verlangen dat hij zou gaan komen en een afwijzing van degene die Paulus weg had proberen te werken. Goddelijk verdriet zorgt ervoor dat je niet als het ware verlamd raakt en jezelf helemaal omlaag haalt, maar zorgt ervoor dat je een verlangen krijgt te veranderen. Het is tijdelijk en het is effectief.

Goddelijk verdriet zorgt voor actie. Van het gaan naar iets wat zonde is, je letterlijk afkeren van die zonde en je te richtten op het kruis waar vergeving is. Dat is een actieve houding waar je compleet bij betrokken bent. Van gerichtheid op zonde, naar gerichtheid op het kruis. Met misschien wel een actie die je daarin moet doen.

In vers 8 zegt Paulus iets heel erg belangrijks. Ze waren voor een korte tijd bedroefd. Als de gevoelens van schuld en verdriet aan blijven houden, terwijl je jezelf van je zonden hebt bekeerd, dan is het geen Goddelijk verdriet meer maar werelds verdriet. Dan is het gewoon een aanval van de satan. Als hij het niet voor elkaar krijgt om ervoor te zorgen dat je geen spijt en verdriet hebt van je zonden, dan gooit hij het over een andere boeg. Hij gaat dan proberen je weg te houden van het genieten van de verlossing van die zonden. Hij zal zijn best doen om dat Goddelijke verdriet te laten aanhouden en om te zetten in een voortdurende slavernij van onterechte schuldgevoelens. Aan het kruis heeft Jezus de werken van de satan vernietigd. Eén van de werken van de satan die Jezus heeft vernietigd, is het beroven van Gods kinderen van “het genieten van de vrijheid die ze hebben in Jezus”. Goddelijk verdriet zorgt ervoor dat we onszelf naar het kruis keren en daar vergeving krijgen.

Jezus stierf aan het kruis voor al onze zonden, om ervoor te zorgen dat we weer opnieuw met God zouden kunnen leven. Dat betekent voor mensen die Jezus al aangenomen hebben als hun Redder en Heer dat ze niet gebukt meer hoeven te gaan onder de last van zonden, omdat ze zich hiervan kunnen bekeren en dan vrij zijn. Maar als je Jezus nog niet aangenomen hebt als jouw redder en Heer, nodig ik je bij dezen uit om dat zo meteen te doen. Wil jij je afkeren van jouw oude leven, waarin de eer van mensen hoog staat en je uiteindelijk leegte nastreeft en wil je jouw leven samen leven met Jezus. Wil je Hem aannemen als jouw Verlosser en Heer? Want bekering leidt namelijk tot redding.

  1. Verdriet wat God geeft leidt tot redding.

Vers 10 geeft de waarheid hierachter: Als iemand Goddelijk verdriet heeft, dan leidt dat tot bekering en tot redding. Dat helpt wel om opnieuw te kijken naar de woorden van Paulus in vers 5, waarin hij spreekt over de conflicten van buiten en vrees van binnen.

Wat vreesde Paulus dan? Hij vreesde dat zijn werk in Korinthe voor niets zou zijn geweest, dat sommige christenen hun hart verhard zouden hebben door het bedrog van de zonde en hierin de weg hadden gevolgd die tot de dood had geleid. Als dat zo zou zijn geweest, dan zou al zijn werk daar voor niets zijn geweest. Ik ken het verdriet wel redelijk van het zien dat het werk wat jij afgeleverd hebt binnen een paar maanden weer helemaal teniet is gedaan. Ik heb een jaar lang een team op mijn werk opnieuw mogen vormgeven in verband met ziekte van een collega. Na een jaar moest ik weer terug naar mijn eigen team en binnen een paar maanden was het team waar ik had gezeten weer terug op het oude niveau. Heel frustrerend, maar dat staat in geen enkele verhouding tot wat Paulus ervoer van binnen wanneer de kerk in Korinthe hem zou blijven afwijzen.

Aan het einde van het boek 2 Korinthe geeft Paulus nog een paar laatste aanmoedigingen aan de kerk. Eén van de dingen die hij zegt is dat ze zichzelf moeten testen. “Ga bij jezelf eens na of jullie wel vanuit je geloof leven. Weten jullie wel zeker dat Christus in jullie is? Als Hij niet werkelijk in jullie is, worden jullie afgekeurd.”

Hoe kan je nou testen of Jezus werkelijk in je is? Het antwoord hiervoor staat in vers 10 van hoofdstuk 7: “Er is een pad wat leidt naar redding en een pad wat leidt naar de dood. De manier om je geloof te testen is om te kijken op welk pad je bent. Het pad wat leidt tot redding is niet het pad waarin je gevraagd wordt om perfect te zijn. Het is het pad van verdriet wat God geeft wat leid tot bekering en wat vervolgens leidt tot redding. Zijn we bedroefd om onze zonden met een verdriet wat God geeft en keren we ons ervan af, dan weten we dat we geslaagd zijn voor de test en het bewijs dat Jezus in ons is.

Dus 1. Verdriet wat God geeft is goed. 2. Verdriet wat God geeft zorgt voor bekering 3. Verdriet wat God geeft leidt tot redding.

Als dat in jouw eigen leven gebeurd, dan is dat goed. Maar als het in de kerk als een geheel gebeurd is dat ook goed.

Ik vertelde net al dat ik op een gegeven moment met Joop sprak en dat hij hierin zijn zorgen over de kerk uitte. We spreken regelmatig met Joop en hij is super te spreken over de kerk. Hij ziet de veranderingen die er zijn geweest en laat vanuit zijn ervaring zien hoe goed dat is voor de kerk.

Een tijdje geleden hadden we Maurice over de vloer. Een paar jaar eerder is hij ook al eens langs geweest en hij kwam nu weer. Hij is de zondag bij ons geweest en we hebben in de middag nog met hem gezeten. Voor de mensen die Maurice niet zo goed kennen, het is een man met een duidelijke mening en neemt zich geen blad voor de mond. Hij was super enthousiast over de kerk. Hij voelde zich echt ontzettend bemoedigd door de kerk en wat hij de zondagochtend meemaakte in de kerk. Daarin overdrijf ik echt niet. We hebben hem verteld over wat er in de afgelopen paar jaar is gebeurd, maar ook over de pijn die het ons als oudsten gedaan heeft en soms nog doet. We hebben hem verteld van de mensen die zijn weggegaan en hoe sommigen zijn weggegaan. Zijn wijsheid was: Als ik kijk naar de kerk en zie hoe de kerk is, hoe zij functioneert en wat jullie doen in de kerk, dan zie ik dat God flink heeft zitten snoeien in de kerk. Daardoor lijkt het nu wel een ielig boompje zonder takken en zonder iets. Maar dat snoeien is goed geweest voor de kerk. Er zit veel leven in de kerk en zij zal gaan groeien.

Carl was hier laatst en ook hij was enthousiast over de kerk.

Ik, als oudste in de kerk, ben enthousiast over de kerk en dus over jullie. We waren een naar binnen gerichte kerk die eigenlijk rustig lag te dobberen. We zijn een missionaire kerk die echt actief is. Ik was super trots om te kijken naar onlangs dat we met een grote groep naar Reeuwijk zijn geweest om daar met Carl een avond te hebben, ik keek om mij heen en zag dat ongeveer de helft van de groep die er was van ons kwam. Ik heb van Peter en Arjan verhalen gehoord over de zaterdag waar ik blij van wordt. Ik heb een betrokkenheid gezien van de complete kerk bij een verhuizing van ons oude pand naar de kerk waar we nu zitten. Iedereen was betrokken. We hebben onlangs een churchwarming gehad en daarbij waren 30 mensen actief betrokken. Daarnaast was iedereen aangesproken door mensen van de kerk. Ik heb van erg veel mensen positieve reacties gekregen. Afgelopen vrijdag, Enough.

Ik ben trots op de kerk als ik kijk naar het onderwijs, wat voor lijn daarin zit en waar we daarin naar toe gaan. Ik ben trots op de keuzes die mensen gemaakt hebben en maken. Ik ben trots op de jeugd die trouw iedere zondag bij elkaar komt. Ik ben trots op de mensen die naar de verdieping komen. Ik ben trots op mensen die naar ons toekomen met feedback. Ik ben trots op mensen die zeggen: “Ondanks dat het niet altijd fijn is, ik sta achter jullie”. Ik ben trots op mensen die in gaten springen die wij soms laten vallen. Ik ben trots op mensen die, ieder op zijn eigen niveau, meebouwen aan de kerk. Ik ben trots op de kerk, die van een intern gerichte kerk een naar buiten gerichte kerk is geworden. Ik zeg echt met heel mijn hart: “Evangelische Kerk Utrecht, een geweldige kerk!”

Dat is niet iets wat Arjan, Peter en ik (of Jan) op ons conto kunnen schrijven. Het is iets wat God bij ons als toenmalig leidersteam is gestart. Een pijn en verdriet wat er was over de kerk en hoe het ging in de kerk. Het is een bekering geweest voor ons als kerk, waarin we afscheid hebben genomen van activiteiten die we deden die geen leven in zich hadden, waarin we de focus hebben veranderd, waarin we bepaalde gewoontes tegen het licht hielden, waarin we duidelijkheid gaven in waar we naartoe gingen. We hebben het bij Jezus neergelegd en weten dat we bepaalde dingen gewoon in Zijn handen moeten leggen omdat Hij de controle heeft. Het is uiteindelijk God die vervolgens ging snoeien en de kerk ging bewerken. Maar het is ook God die de vrucht zal geven. Ongeveer een jaar geleden heb ik gesproken over snoeien en hoe God snoeit, maar ook zal zorgen dat de vrucht zal komen. Dat is ook iets wat in de kerk zal gaan gebeuren. Het is soms iets wat met pijn gebeurd, maar het is wel goed.

Evangelische Kerk Utrecht, een geweldige kerk, omdat God haar bouwt en haar steeds mooier maakt. Amen!