Genade

Marten JanResources

Genade

 
 
00:00 / 38:39
 
1X

De voorgaande keren dat ik heb gesproken, sprak ik over genade. Dat heeft te maken met het feit dat we in deze super mooie locatie zitten. Deze locatie heeft ons als kerk midden in de wijk gezet. Het helpt ons om nog meer naar buiten gericht te worden, maar heeft ook een lage drempel voor mensen om binnen te komen. Door de weeks komen hier al mensen uit de wijk en als op zondag de deur open gaat, komen ze ook gewoon binnen. Alvast een mooie uitdaging voor jezelf om naar buiten gericht te zijn als je hier op zondag bent. Zie je mensen langs lopen, nodig ze uit voor de koffie. Je bent niet meteen verplicht ze te bekeren, maar mensen mogen in de kerk ervaren wie Jezus is. Op het moment dat mensen God ontmoeten, dan zullen ze gaan veranderen.

Genade leert ons dat we aangenomen zijn door het werk van Jezus. Jezus is naar de aarde gekomen, is voor onze zonden aan het kruis gegaan en is opgestaan uit de dood. Als je dat offer van Jezus aanneemt, dan ben je gered. Dat hoor je bij het volk van God. Het evangelie gaat dus om Jezus alleen. Niet om “Jezus en nog iets”. Daar zijn we de vorige keren mee bezig geweest aan de hand van Galaten en daar gaan we nu ook weer mee verder. We waren daarbij gebleven bij Galaten 2 en dat zoeken we nu weer op.

Galaten 2:1-10 (Basic Bijbel): 1 Pas 14 jaar later ging ik weer naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. 2 Dat deed ik omdat God mij dat had gezegd. En ik legde uit aan de gemeente in Jeruzalem op welke manier ik het goede nieuws aan de niet-Joodse mensen vertelde. Ik legde dat nog een keer apart uit aan de leiders van de gemeente in Jeruzalem. Want ik wilde zeker weten dat ik het goed deed. 3 En ze vonden het goed zo. Titus hoefde van de leiders zelfs niet besneden te worden, ook al is hij een Griek. 4 Dit kwam ter sprake, omdat er ook bedriegers in de gemeente waren gekomen. Zij wilden zien hoe het zat met de vrijheid die wij in Christus hebben. Ze probeerden de mensen te leren dat ze zich aan de wet van Mozes moesten houden. Ze wilden de gelovigen weer tot slaven van de wet maken. 5 Maar we hebben hun geen kans gegeven. Want de waarheid van het goede nieuws moet duidelijk blijven. 6 Maar de leiders van de gemeente (het maakt mij niets uit wat ze daarvóór waren, want voor God zijn alle mensen gelijk) hebben mij geen andere taak gegeven. 7 Nee, juist niet. Want ze begrepen dat ik die taak van God had gekregen. Voor hen was het duidelijk dat God wilde dat ik het goede nieuws aan de niet-Joodse volken zou brengen. Net zoals Petrus duidelijk de taak had om het goede nieuws aan de Joden te brengen. 8 God had aan Petrus de kracht gegeven om zijn boodschapper te zijn voor het Joodse volk. Diezelfde kracht had God aan mij gegeven om zijn boodschapper te zijn voor de andere volken. 9 Dat zagen ze ook. Daarom zeiden Jakobus, Petrus en Johannes (de belangrijkste leiders van de gemeente van Jeruzalem) tegen mij dat ze het helemaal met me eens waren. Ze drukten mij en Barnabas de hand. En we spraken af, dat wíj naar de niet-Joodse volken zouden gaan, en zíj naar de Joden. 10 Alleen wilden ze graag dat we ook ons best zouden blijven doen om de arme gelovigen in Jeruzalem te helpen. Dat heb ik dan ook altijd gedaan.

Zullen we bidden?

Graaf even goed in je geheugen van de afgelopen ruim 40 jaar.

Kijken we naar de belangrijke events in de Christelijke geschiedenis. Welke zijn dat?

Wat we zojuist gelezen hebben, wordt weergegeven in het plaatje op de dia. Of het er daadwerkelijk zo heeft uitgezien weet ik niet. Maar het geeft in ieder geval een beeld hoe het eruit zou kunnen hebben gezien. Voor mensen zoals ik die beeldend zijn ingesteld helpt dat wellicht.

Dit is een van de meest belangrijke momenten in de geschiedenis. Eenheid tussen de eerste Apostelen is bereikt en het evangelie is gevrijwaard van zijn eerste bedreigingen. Met elkaar kunnen we wel gaan concluderen dat voor de eerste en grootste evangelist voor de heidenen, het meest essentiële was om het evangelie kloppend te hebben. Geheel kloppend, zonder dat hier ook maar een spelt tussen te krijgen zou zijn. Anders zou Paulus kunnen zeggen dat hij tevergeefs zou lopen of gelopen zou hebben.

Als we kijken naar dit stuk, gaan we een paar punten met elkaar behandelen.

  1. Paulus had zelf geen twijfel over de waarheid.

Op basis van het eerste stuk wat Paulus zegt, zou je kunnen opmaken dat Paulus twijfelde. “Ik legde hun het evangelie voor dat ik verkondig onder de heidenen.” Daaruit zou je kunnen opmaken dat Paulus twijfelde over zijn evangelie.

Als we kijken naar de hele context van de Galatenbrief en het leven van Paulus dan valt in het leven van Paulus op dat hij op een bizarre manier is geroepen door Jezus. Paulus was op weg naar Damascus om daar Christenen te gaan vervolgen. Voordat hij bij Damascus was werd Paulus getroffen door een helder licht, hij viel van zijn rijdier af en had een ontmoeting met Jezus. In Galaten 1 zegt Paulus ook dat hij geroepen was, niet door mensen, maar door Jezus. Vervolgens zegt Paulus dat hij zijn evangelie niet van mensen heeft ontvangen, maar door een openbaring van Jezus Christus. Als je van Jezus zelf het evangelie uitgelegd hebt gekregen, dan heb je niet ineens twijfel of je wel het juiste evangelie verkondigd. Zo is de Paulus die we leren kennen door zijn brieven en door het Bijbelboek Handelingen heen niet.

Paulus was in eerste instantie een overtuigd vervolger van de kerk, daarna was hij een nog overtuigder verkondiger van het evangelie. Dan kan het niet zo zijn dat hij ineens onzeker zou worden. Paulus zegt in vers 2: En ik ging op grond van een openbaring. Paulus heeft in eerste instantie het evangelie door een openbaring ontvangen en vervolgens heeft Paulus een openbaring ontvangen dat hij naar Jeruzalem moet gaan om de Apostelen te ontmoeten.

Deze openbaringen laat zien dat Paulus een Apostel was; hij stond in directe verbinding met God en had het evangelie zelf uit de mond van de zichtbare Jezus gehoord. Het zou ook raar zijn om, wanneer je twijfelt over de waarheid van je boodschap, 14 jaar te wachten om hierin actie te ondernemen. Daarnaast zou het ook in tegenstelling zijn met hetgeen wat Paulus in zijn brief zelf schrijft. Hij zegt dat de Galaten zelfs hem zouden moeten afwijzen als hij een ander evangelie zou komen verkondigen dan wat hij tot dan toe had gedaan.

Conclusie: Paulus had geen twijfel over de waarheid. Hij wilde zeker weten dat hetgeen wat de apostelen in Jeruzalem zeiden wel overeen kwam met zijn evangelie, anders was er een probleem.

  1. Paulus wilde zeker weten dat hij niet ten onrechte geploeterd had.

Wat stond op het spel? De eenheid in de kerk. Paulus stond bekend om het feit dat hij ONTZETTEND fel van leer trok tegen iedereen die ook maar iets van de wet om gered te worden de kerk in wilde brengen. Dit ondanks de wetenschap dat zijn tegenstanders schermden met het feit dat zij afgezanten waren van de Apostelen in Jeruzalem. Als deze dwaalleraren, zoals we ze ook kunnen noemen, gelijk zouden hebben gekregen was er sprake geweest van een groot probleem. Stel je voor dat de Apostelen in Jeruzalem hadden gezegd dat de ongelovigen inderdaad besneden zouden moeten worden om gered te kunnen worden, dan was in het fundament van de kerk een scheur ontstaan.

Je ziet hier twee kanten van het spectrum bij elkaar komen. Aan de ene kant zien we Paulus die heel duidelijk neerlegt: “Het evangelie van geloof in Jezus is bestemd voor mensen uit alle culturen” en aan de andere kant zien we zijn tegenstanders staan die zeggen: “niet alle Joden zijn christenen, maar alle christenen moeten wel Joods worden”. Stel je nou eens voor dat de Apostelen in Jeruzalem niet heel duidelijk stelling genomen zouden hebben tegen de mensen die aan de kant van Paulus tegenstanders stonden, dan was er een scheur in de kerk gekomen.

Stel je voor dat op een zondag hier iemand binnenkomt om te spreken. Die persoon komt hier vooraan staan en zegt iets als: “Om bij Jezus te horen, moet je Hem aannemen”, dan vinden we dat goed. Maar zegt hij: “Om bij Jezus te horen, moet je Hem aannemen en iedere zondag naar de kerk komen.” Dan zit daar misschien maar een klein nuance verschil in, want het komen naar de kerk is ontzettend goed voor de gelovige. Het bouwt je op, het versterkt je en je kan leren van elkaar. Genoeg andere redenen waarom het goed zou zijn om naar de kerk te komen. Maar als iemand verkondigd dat je dit moet doen “om bij Jezus te horen”, dan zullen we daar ver afstand van nemen. Want in dat geval doe je af aan het evangelie, dan is het evangelie nutteloos, omdat er eigen werken in komen. Je kan alleen maar gered worden door het werk van Jezus aan te nemen, meer niet. (denk nog even aan het voorbeeld van de sommen die ik de vorige keer gegeven heb).

De theoloog John Stott zei dit: “Het was één ding voor de leiders in Jeruzalem om toestemming te geven voor de verkondiging onder de heidenen, maar konden ze instemmen met toewijding aan Chrustus zonder Jodendom? Was hun visie weids genoeg om het evangelie van Christus niet als een vernieuwingsbeweging binnen het Jodendom te zien, maar als goed nieuws voor de hele wereld, en om de kerk van Christus te zien …. Als het internationale huisgezin van God?”

De conclusie kan zijn, zoals we net hebben gelezen, dat de Apostelen aan de kant van Paulus stonden en in de kerk eenheid was. Eenheid in het fundament van de kerk, daar hebben we nu nog steeds het profijt van.

  1. Waarom privé?

Soms is het goed om, wanneer je verwacht dat ergens een zware discussie over gaat komen, zaken in privé te bespreken. Zoals gezegd had Paulus veel tegenstanders, die ook in de kerk in Jeruzalem waren. Wellicht waren ze met Paulus meegegaan naar Jeruzalem, dat verteld de brief niet. Maar aan de hand van vers 4 en 5, waarin wordt verteld dat de valse broeders binnengekomen waren om de vrijheid die we hebben gekregen te bespioneren en ons weer tot slaven te maken. Maar ook Paulus opzij hebben geprobeerd te duwen (letterlijk of figuurlijk maakt niets uit). Er was veel druk op deze ontmoeting. De dwaalleraren die probeerden te bewerkstelligen dat de gelovigen zich zou laten besnijden, zouden wellicht de boel op gaan hitsen en niet echt in zijn om rustig te gaan luisteren naar de uiteenzettingen van Paulus.

Op mijn werk heb ik ook best vaak een discussie gehad met bepaalde mensen. Die waren het niet eens met de kant die ik wilde dat het onderzoek op zou gaan. Kan, want er zijn meerdere inzichten. Ik sta daar normaal gesproken best open voor. Maar op het moment dat dit een discussie zou gaan worden die anderen op een negatieve manier zou gaan beïnvloeden, dan nam ik altijd de persoon met wie ik een discussie had apart om los van de groep te gaan discussiëren. Dat zorgt voor rust op een afdeling en uiteindelijk ook voor een eenduidig beeld wat naar buiten gebracht wordt als de discussie over is. Ook wanneer bijvoorbeeld de chefs het niet eens zouden zijn, dan trekken ze zich even met elkaar terug om het met elkaar eens te worden.

Wij mogen hier ook van leren. Als je het idee hebt dat iemand de verkeerde kant op gaat met zijn theologie, of de richting waar we als kerk heen gaan in gevaar is, is het goed om hierover de genade van God te zoeken Hem om wijsheid te vragen en vervolgens leg je jouw punten voor (aan de persoon of wellicht aan ons als oudsten). Stel je voor dat we een rare theologie in de kerk neer zouden leggen, hoop en bid ik dat je (nadat je hierover met God gesproken hebt) naar ons toe zult komen en dit neer legt. Het is alleen de natuurlijke tendens van de mens om deze confrontatie uit de weg te gaan uit angst voor conflicten.

Het verlangen om gemak te hebben of de angst voor conflict hinderen ons om anderen te confronteren met datgeen wat we zien in hun leven. Dat komt niet voort uit geloof in Jezus en zijn ook geen vruchten van de Geest. Paulus zegt een klein stukje verder in Galaten 5 dat we de verlangens van het vlees moeten kruisigen door ons geloof op Jezus te stellen. Wanneer we dat doen, ervaren we ook een vrijheid om mensen met zaken te confronteren wanneer ze niet goed zijn. Dat mag je doen vanuit liefde en niet vanuit angst. Wanneer het hebben van onderlinge gezelligheid en vrede een doel op zich zou worden, dan zou dat een oppervlakkige en geestelijk niet productieve vrede zijn. Dat zou ons zwak maken, omdat we niet gewend zijn te wandelen in de Geest, maar in het vlees. Dat zorgt ervoor dat je bij tegenstand snel uit het veld bent geslagen en is dus niet productief.

Conclusie

  1. Waarom ging Titus mee?

Wat zou de reden geweest kunnen zijn dat Paulus benoemd dat hij Titus ook mee heeft genomen? Titus is niet meteen een erg grote man binnen de christelijke wereld op dat moment, Paulus en Barnabas wel. Waarom gaat Titus mee? Omdat hij HET voorbeeld is van het evangelie waar Paulus voor staat. Titus is een Griek en hij is niet besneden volgens de wetten van het oude verbond. Maar hij is wel een broeder in het geloof. Dat is de vrijheid waar Paulus voor staat. Titus is dus eigenlijk Paulus zijn testcase. Zullen de apostelen Titus dwingen om besneden te worden, of helemaal niet? Het werd geen theoretische verhandeling van theologie. In feite was dit de enige mogelijkheid om daadwerkelijk te testen waar de apostelen voor stonden, neem daadwerkelijk een mens mee die hieraan voldoet.

Als ik aan een dergelijk voorbeeld denk, dan moet ik altijd terugdenken aan de Relational Mission conferentie van vier jaar geleden.

Daar doet een dergelijke confrontatie van Paulus met de apostelen mij ook aan denken. In plaats van maar te zeggen dat we iets wel of niet moeten doen, worden ze met een feitelijk voorbeeld geconfronteerd. Het zou zomaar kunnen zijn geweest dat de apostelen nog niet met een dergelijke situatie geconfronteerd zijn geweest. Ze waren in Jeruzalem, de plek waar doorgaans joden kwamen. Dus ook bekeerde joden. Het zou dus zomaar kunnen dat ze de levensstijl van de bekeerde heidenen over het hoofd hadden gezien, dat verteld het verhaal niet en die conclusie kunnen we niet trekken. Het zou wel tot een mogelijkheid kunnen hebben behoren.

Aan het feit dat Titus niet besneden hoefde te worden kunnen we een hele belangrijke conclusie ontlenen. Door Gods genade deden de apostelen wat van hen verlangd werd. Ze brachten datgene wat ze verkondigden ook daadwerkelijk in praktijk. Als je dat dan in het grote plaatje van de bijbel bekijkt is het heel logisch, maar kan je ook zien dat dit consequenties heeft voor ons denken over God en hoe wij naar Hem mogen kijken. De bijbel leert ons dat God ons al voordat Hij de wereld schiep heeft uitgekozen om Zijn kinderen te zijn. Bij Adam en Eva kwam de zonde de wereld in, maar God had Zijn reddingsplan al klaar. Door de dood en opstanding van Jezus, door deze kerkvergadering heen, door zo’n 2000 jaar aan kerkgeschiedenis en ook mijn preek vandaag. God heeft gewerkt “opdat de waarheid van het evangelie bij u zou blijven”. Dat deed Hij uit liefde voor jou en mij. Dan is Hij het toch ook waard om jouw liefde te ontvangen? Misschien heb je het wel nog nooit gedaan, maar je mag Jezus aannemen in je leven. Wanneer jij het offer van Jezus aanneemt, dan sta je rein tegenover God en ben je Zijn kind. Dat is dus niet een leven vol met regeltjes, maar een leven vol van Liefde en vrijheid. Als jij die keuze nog niet hebt gemaakt, dan nodig ik je van harte uit om die keuze te maken.

Conclusie: Titus hoefde dus niet besneden te worden. Paulus verteld dat niemand hem tot iets verplichtte. De apostelen in Jeruzalem waren het erover eens dat het alleen gaat om geloof in Jezus en niet om andere handelingen om gered te worden. Stel je voor dat Titus wel besneden had moeten worden, dan betekend dit dus dat het evangelie waardeloos zou zijn. Dan zou dat hebben betekend dat je toch nog eigen werken zou kunnen doen om gered te worden. Dan zouden we alsnog in angst moeten leven of we zelf wel genoeg zouden doen. Dat is dus niet het geval! Vrijheid!

  1. Welke vraag kreeg Paulus wel mee?

Paulus kreeg de broederhand toegereikt van Jakobus, Petrus en Johannes. Ze spraken met elkaar af dat Paulus naar de heidenen zou gaan en Petrus naar de joden. Een hele mooie werkverdeling die ook nog eens veel eenheid laat zien. Misschien heb je het zelf wel eens gemerkt, maar je hebt veel meer gemeen met een christen in Afrika dan je buurman. Ik merk dit zelf wanneer ik bij een willekeurige bijeenkomst ben van Newfrontiers. Ik weet dat ik in 2011 in Brighton was, ik zat met een man uit Afrika, Azië en UK te praten en we hadden een eenheid met elkaar. Dat is een hele andere eenheid dan die ik heb met mijn buurman.

Uit de broederhand die Paulus kreeg, werd duidelijk dat Paulus zijn evangelie overeenkwam met het evangelie wat de apostelen in Jeruzalem verkondigden. Dat was meteen heel duidelijk naar de dwaalleraren dat zij dus geen gelijk hadden. Daarnaast was dit het teken dat Paulus werd geaccepteerd als apostel door de apostelen in Jeruzalem. Petrus schrijft zelfs in één van zijn brieven dat hetgeen wat Paulus schrijft een direct onderdeel van de bijbel is. Bedenk je eens de opluchting die Paulus heeft gehad toen hij eenmaal die broederhand toegestoken kreeg. Er was eenheid. Hij had niet voor niets gestreden en gewerkt. De dwaalleraren hadden dus geen opdracht vanuit Jeruzalem en vertegenwoordigden dus niet de boodschap van de apostelen. Om terug te komen op mijn eerste vraag, de belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis, dan is dit daar dus één van. Het fundament was dus niet gesplitst, het was één fundament. Jezus. Het was een geweldige dag voor de kerk, een geweldige dag voor het evangelie en een geweldige dag voor ons nu. Was dit niet gebeurd, dan was het evangelie niet eenduidig geweest, was er verdeeldheid geweest en was er nu geen kerk geweest.

Paulus kreeg één hele duidelijke opdracht mee toen hij de broederhand had gekregen. Hij moest denken aan de armen. Daarbij beschrijft hij zich hier ook erg voor inzette. Dat is ook zichtbaar in de hele bediening van Paulus, hij is druk bezig om overal grote collectes op te halen voor de armen. De armen die zich in Jeruzalem bevonden. Dat was dus geen rare opdracht die Paulus meegekregen had van de apostelen in Jeruzalem. Het was een opdracht die Jezus zelf meegaf, die we door de hele bijbel terug zien komen, dat we moeten zorgen voor de armen. Hoe we dat praktisch kunnen maken kom ik een andere keer op terug, maar het was wel een duidelijke boodschap.

Ik wil afsluiten met het stellen van een paar vragen waar je over na mag denken (misschien zo ook wel een goede om over te hebben bij de koffie).

  1. Als God werkte vóór de grondlegging van de wereld, in de dood en opstanding van Jezus, tijdens deze vergadering in Jeruzalem, in de afgelopen 2000 jaar van kerkgeschiedenis, en in mijn boodschap van vandaag, “opdat de waarheid van het evangelie bewaard zou blijven”. Is het dan niet zo dat Hij van je houdt en jouw geloof verdiend? Wil je het offer van Jezus aannemen?
  2. Als je terugkijkt naar je eigen leven, op welke manier heb jij geloofd in de leugen dat jij iet bij kon dragen aan jouw redding? Misschien niet door een besnijdenis, maar wel door een één of andere christelijke regel. Ben je daar vrij van, of moet je hier nog afstand van nemen?
  3. Stel je voor dat je nu de vraag krijgt of jij gered bent, kan je daar volmondig ja op zeggen of probeer je zelf nog iets te presteren? (opmerking Mike dat God niet gedesillusioneerd is over ons).
  4. Het evangelie wat jij kent en verteld aan anderen, is dat vrij van ballast? Wil je met mij de uitdaging aan gaan om het evangelie laagdrempelig, maar wel op waarheid berust, te houden en God te vragen om mogelijkheden om dit te delen?

Zullen we met elkaar bidden?