Jezus: “Wie zeg jij dat ik ben?”

Arjan van BelleResources

Jezus: “Wie zeg jij dat ik ben?”
Jezus leren kennen

 
 
00:00 / 26:23
 
1X

Jezus: “Wie zeg jij dat Ik ben?”

“Wie zeg jij dat Ik ben?” Is vandaag de eerste titel van de serie “Jezus leren kennen”. En voordat je over die vraag na moet denken of er voor jezelf een antwoord op hoeft te geven wil ik beginnen met een andere vraag: “Wie zeggen de mensen dat Jezus is?” Wie zeggen de mensen om ons heen, in onze samenleving, in je buurt, op uw werk of op je school, dat Jezus is?

Lucas 9:18-20

Luc 9:18 Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’

Welke mensen bedoelt de Here Jezus? Het volk Israel, de Romeinen, Koning Herodus, de schriftgeleerden en de farizeeën, enzovoort. Wanneer je een paar verzen in hetzelfde hoofdstuk terugleest, de context bekijkt, dan zie je dat Jezus met Zijn leerlingen in het land Israel rondtrok en het goede nieuws over het komende Koninkrijk verkondigde. Wat wordt er bedoelt met het komende Koninkrijk? Dat Jezus Koning wordt, de macht van de duisternis verbroken wordt en een ieder die in Jezus gelooft voor altijd zal leven. Dit goede nieuws verkondigen wij als kerk ook! En dit goede nieuws verkondigen gaat samen met demonen uitdrijvingen en genezingen en dit gaf reuring! Dit gaf gedoe! Het zette alle belangrijke mensen aan het denken. De toenmalige religieuze elite, de Farizeeën, de toenmalige wereldheersers, Koning Herodus. Ze vroegen zich allemaal af: “Wie is die man, wie is die Jezus?”

Koning Herodus die Johannes de Doper om het leven gebracht heeft maakt zich dan ook grote zorgen: “Zou Johannes uit de dood zijn opgestaan?” Hij zal wel denken: “Dan hangt mij nog wat boven het hoofd.” (Luc. 9:7-8)

Lucas 9:7-8 […] Want er waren mensen die zeiden dat Jezus de profeet Elia was. Er waren ook mensen die zeiden dat Jezus een andere profeet van vroeger was. En er waren mensen die zeiden: ‘Het is Johannes de Doper, die uit de dood is opgestaan!’ (BGT)

Bij deze mensen maar ook bij de rest van het volk rijst de levensgrote vraag: “Wie is deze man?” Wie is die Jezus? Hij doet wonderen als een profeet! Denk eens aan de, 1, wonderlijke voedselvermenigvuldigingen, in dit tekstgedeelte hebben we net de allereerste achter de rug. De profeet Elisa, in het oude testament, deed ook aan voedsel vermenigvuldigen, hij gaf 100 te eten. (2 kon 4:42) Jezus in één keer 5000 mannen (vrouwen en kinderen niet meegeteld) en later nog eens een keer 4000 mannen. Hij overtrof de profeet Elisa.
Nog een keer de profeet Elisa, in het oude Testament, 2: Een generaal, een heiden (een niet-Israëliet), hoort dat er een profeet is die genezingen verrichtten kan, maakt een lange reis en wordt genezen: (“Ik wist wel dat er behalve in Israel in de hele wereld geen god is.”) (2 Kon 5:15) Jezus heeft in Kapernaüm (Lucas 7) de slaaf van een heidense (niet-Israëliet) generaal genezen.
3: De profeet Elisa wekt een jongen op uit de dood. (2 Kon 4) Jezus wekte kort voor onze uitgangstekst van vandaag een jongen van een weduwe op uit de dood.

Er is reuring in Israel, er gebeurt iets. Het is als een hete zomerdag, dat de lucht trilt. Zo voelt de atmosfeer in Israel aan. De wonderen en tekenen van Jezus lopen behoorlijk gelijk op met dat wat voor de Israëlieten bekend was, de profeten. Jezus werd wijd verspreid gezien als een profeet zoals het volk kende uit vroeger tijden. Tijden van weleer. En Jezus spreekt het feit dat men Hem voor een profeet houdt, niet tegen. Als Hij in het plaatsje Nazareth, waar Hij opgroeide, niet gehoord wordt en weinig wonderen en tekenen doet, zegt Hij: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ (Mat 13:57)

Dus het antwoord van de leerlingen op de vraag “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” is helemaal niet gek: 19 Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’
Elisa, Jeremia? Noem maar op! En wanneer je met mensen vandaag de dag spreekt. Dan is er een serieuze kans dat men zegt: “Jezus was denk ik wel een profeet.”

Van de week had ik de buurman op de koffie. We raakten in gesprek over mijn bezigheden en over de boeken en Bijbels die bij ons op de tafel lagen en zo kwamen we bij Jezus uit. Ik stelde hem de vraag wie hij denkt dat Jezus is, hij zei meerdere dingen maar de eerste was: “Jezus was een profeet.”
De eerste persoon die ik de vraag stelde, de vraag die Jezus ook stelde, 2000 jaar geleden, en ik kreeg hetzelfde antwoord: “Jezus is een profeet!”

Toen ik eens op het werk met een leidinggevende sprak die Islamitisch is zei hij over Jezus: “De Islam gelooft net als jij in Jezus, wij geloven dat Hij een profeet is.” Ergens anders hoorde ik dat Jezus volgens de Islam de grootste profeet is na de profeet Mohammed. De Islam onderschrijft het onderwijs van Jezus. Ze gelooft dat Jezus naar de hemel is opgevaren en dat Hij terugkeert om een einde te maken aan alle afgoderij. Ik had iets geleerd dat ik nog niet wist. Maar ook, nadat Jezus die vraag 2000 jaar geleden stelde “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” dat er nu, 2000 jaar later, als Hij zou vragen: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” er maar bar weinig veranderd is, men houdt hem voor profeet…

Profeten hadden in de tijd van de Bijbel status, aanzien dus, ook als men niet blij met hen was. Herodus die ik zojuist noemde had de profeet Johannes de Doper omgebracht. Van Herodus zegt de Bijbel dat Hij voorheen toch graag naar hem kwam luisteren! (Mar. 6:20)
Maar, de grootste profeet die Israel gekend had was natuurlijk Mozes. Hij redde het volk uit de handen van de Farao en leidde hen naar hun land. Hij redde ze niet alleen, nee. Mozes gaf het volk land, status, de wet, rechtspraak! Ja, een identiteit. Hun volksheld was een profeet.
De grootste koning die Israel gekend had, ooit, was natuurlijk koning David. David was een profeet. (Handelingen 2:30). Denk alleen al aan de profetische liederen die de Psalmen zijn…. David leidde het land van overwinning naar overwinning een tijdperk in van vrede, rijkdom, wereldwijd aanzien.

Dus, de Israëlitische helden waren vaak ook profeten. Profeten deden ertoe. Dat waren mensen van naam. En dan wil ik de brug naar onze cultuur maken.

Onze cultuur

In onze cultuur hebben profeten niet veel status denk ik. Maar in onze cultuur hebben we wel mensen van naam! Namen als Mandela, die de apartheid in Zuid Afrika aan de kaak stelde, namen als baptistenpredikant Martin Luther King over de rassenscheiding in Amerika, zijn fameuze toespraak: “I have a dream!” Moeder Theresa die AIDS patiënten hielp, ja, hen wiegde in haar armen als ze stierven…

Voor veel mensen ook nu is Jezus Iemand van naam, een grootheid, misschien zelfs een held of een revolutionair. Hij stelde nogal wat dingen aan de kaak. Hypocrisie, bijvoorbeeld bij de schriftgeleerden en Farizeeën die aan de buitenkant heel goed leken, maar van binnen ver van God verwijderd waren. Hij stelde een hogere moraal dan de wet van Mozes stelde. Denk alleen al aan de uitspraak van Jezus dat wanneer je verlangend naar een andere vrouw kijkt, je al overspel gepleegd hebt. Jezus was met recht een revolutionair…

Ghandi, ook een held in het rijtje van Mandela en moeder Theresa, onafhankelijkheidsstrijder in India vorige eeuw en mensenrechtenactivist, die het kastensysteem in India aan de kaak stelde. Ghandi had een enorme sympathie voor Jezus als leraar, als rabbi, ja als voorbeeld van iemand die belangeloos leefde, opofferingsgezind was, ja uiteindelijk onschuldig ter dood gebracht werd. Ghandi: “Ik houd van Jezus, maar niet van Zijn volgelingen, omdat ze niet echt op hem lijken”. Ghandi hield vooral van Jezus door de Bergrede, het onderwijs van Jezus, ja hij hield van de mensenrechtenactivist Jezus.

Wie zeggen de mensen dat Jezus is? Een grote profeet, een groot man, een held, een mensenrechtenactivist, een leraar, een voorbeeld?
En dan de hamvraag: 20 Hij zei tegen hen: ‘En wie ben ik volgens jullie?’
Wie is Jezus volgens u? “Wie zeg jij dat Ik ben?” Een profeet? Een groot man, een held? Een mensenrechtenactivist? Een leraar? Een groot voorbeeld?

Bij elk van de genoemde mogelijkheden rijzen een aantal problemen. Alleen al die van profeet. Jezus is óók een profeet. Maar Jezus zelf zegt dingen, doet dingen, die profeten in de Bijbel nooit zouden zeggen en nooit zouden durven doen. Jezus zegt bijvoorbeeld onverbloemd dat Hij Gods Zoon is. Hij zegt zaken die alleen God zou mogen zeggen: “Je zonden zijn je vergeven.” (Matheus 9:2) “Wie Mij ziet, ziet de Vader (God)” (Joh12:45), Johannes, de lievelingsleerling van de Here Jezus, begint zijn Evangelie met 1:1 In het begin was Gods Zoon er al. Hij was bij God, en hij was zelf God. 2 In het begin was hij al bij God. 3 Alles is door hem ontstaan. Zonder hem zou er niets zijn. (BGT)

Dus, Jezus een profeet, net als andere profeten, een dienstknecht van God? Dit zegt Hijzelf niet!

Jezus maakt zo vaak helder wie Hij is en ook wat Hij komt doen. Hij noemt Zich de Mensenzoon. Ik dacht altijd als ik dat las: “Ja, hehe, als Zoon van Maria is Hij, naast Gods Zoon, ook de Zoon van een mens.” Maar wanneer je het goed leest en beseft dat Jezus dit tegen mensen zeggen die hun Bijbel, het oude testament kenden van kaft tot kaft, dan weet je dat Jezus een tekst citeerde uit het boek van de profeet Daniël: 7:13 Waarin de profeet Daniël ziet dat de Mensenzoon uit de hemel komt en van God de heerschappij krijgt en dat de hele wereld hem zal zien als koning en dat hij voor eeuwig regeren zal. Dit beeld uit het boek Daniël was duidelijk het beeld van de voorspelde Messias. En Jezus past het beeld meerdere keren op Zichzelf (Mat. 9:6) toe en zegt daarmee: “Ik ben het.”
En wanneer Jezus, vanwege het feit dat Hij aanspraak maakt om God te zijn wordt opgepakt en verhoord, gevraagd wordt of Hij werkelijk de Messias, de gezalfde van God is, de Mensenzoon is, dan antwoordt Hij de hogepriester: “Ik ben het”.

Messiasverwachting

Het volk Israel verwachtte een Messias, Iemand gezalfd en uitverkoren door God. En daarmee dachten ze aan iemand zoals de profeet Mozes, die door God gestuurd zou worden om hen te bevrijden van de Romeinen. Dat ze dit verwachtten was best logisch, want in de geschiedenis telkens weer wanneer een profeet in hun midden profeteerde over de Messias, dan was dit in een tijd van onderdrukking. Maar wat ze niet wisten, was dat de redder, de Messias, de gezalfde die beloofd was, niet kwam hen te bevrijden van hun onderdrukkers. Nee, de Messias zou komen zodat de hele mensheid gered zou worden. Hij zou afrekenen met de zonde, met de straf die bij de zonde hoort. Door Zelf die straf te dragen! Hij zou zorgen dat de mensen weer bij God konden komen, door te geloven in Hem. En dit, dit begrepen de meeste tijdsgenoten van Jezus niet. Die zagen liever een legeraanvoerder voor zich. Een held. Een tweede Mozes of een tweede David. Dát zou de Messias zijn die beloofd werd in het oude Testament…. En Jezus leek daar niet op. In plaats van aan hun verwachtingen te voldoen, zoals een Mozes en een David, zei Hij dat Hij God Zelf was. Jezus de uitverkoren Messias? Jezus de Zoon van God? Jezus God? Hij had wel iets. Iets profetisch.

De Here Jezus zien als profeet? Jezus zien als “slechts” een profeet valt niet te rijmen met Zijn woorden in de verschillende boeken die over Hem geschreven zijn. De woorden die Hij sprak. Een groot man, een held? Een mensenrechtenactivist? Een leraar? Een groot voorbeeld?
Ik ben het, ademen de verhalen van Jezus in onze Bijbels. Ik ben het die al beloofd was, Ik ben die Mensenzoon waar Daniël over droomde, ik ben degene die een nazaat is van onze held Koning David, ik ben DE Messias, de gezalfde van God, Degene die voor eeuwig zal gaan regeren, Ik ben het die zonden kan vergeven want ik bén God. “Wie ben ik volgens jullie?”

Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’
Hij begreep dat Jezus meer is dan een profeet. Of al die andere opties. Hij begreep dat Jezus de Messias is, de Zoon van God.
En hetzelfde verhaal opgeschreven door een andere Evangelieschrijver sluit af met de volgende reactie van Jezus: Gelukkig ben je, (Petrus) Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.’ (Matheus)

En Jezus vraagt aan jou vandaag: “Wie zeg jij dat Ik ben?”
En mijn buurman, die begon met dat Jezus een profeet was. Zei er achter aan: “Hij is Gods Zoon”, en een beetje weifelend: “Toch?” En ik dacht: “Dit kan alleen God zijn die hem dit laat zien.”