Kliekjes

Marten JanResources

1 Korintiërs 1:10-17

Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus,  dat u allen eensgezind bent in uw spreken,  en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen. 11  Want mij is over u bekendgemaakt, mijn broeders, door de huisgenoten van Chloë, dat er ruzies onder u zijn. 12  Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt:  Ik ben van Paulus, ík van  Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus. 13  Is Christus verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u in de naam van Paulus gedoopt? 14  Ik dank God dat ik niemand van u gedoopt heb dan  Crispus en  Gajus, 15  zodat niemand kan zeggen dat ik in mijn naam gedoopt heb. 16  Ik heb echter ook nog het huisgezin van  Stefanas gedoopt. Verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb. 17  Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen,  niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest.

Zullen we met elkaar bidden?

Wie kent de opmerking: “Waar er twee altijd hetzelfde denken, is er één overbodig”? Ik heb de opmerking ruim 10 jaar geleden voor het eerst gehoord in de een openingsspeech van een plaatsvervangend korpschef en vond dat eigenlijk wel een erg mooie opmerking. Want, zo legde hij het uit, als je maar zorgt dat je het vaak met elkaar oneens bent, dan kom je best ver.
Als je goed over deze opmerking nadenkt, dan is het best bizar om dit zo te denken. Want het is niet waar. Het zou niet goed zijn als dit zo was in de wereld waarin we leven, het klopt theologisch niet en het klopt niet volgens Bijbels perspectief.

De gedachte achter deze uitspraak is dat als je het altijd met elkaar eens bent, dan dit saai is. Maar kijk eens naar God en de drie-eenheid. Die zijn het altijd met elkaar eens, maar is dat saai? Is er één van de drie-eenheid overbodig?

Kijken we naar de bijbel, dan zegt psalm 133: “Zie, hoe goed en hoe liefelijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd die neerdruipt op de baard, de baard van Aäron, die neerdruipt op de zoom van zijn priesterkleed. Het is als de dauw van Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de HEERE de zegen, en het leven tot in eeuwigheid.
Het punt wat dit psalm maakt is hoe mooi, hoe liefelijk het is als er harmonie en eenheid onder de gelovigen is. Dus niet saai, maar mooi en kostbaar.

Of kijk eens naar hele goede vriendschappen die je hebt, is het saai als je met elkaar aan het nadenken bent en tot een zelfde conclusie komt? Is het saai om met elkaar te dromen over de toekomst en op een punt uit te komen waarin je zegt: “WOW! Dit zou gaaf zijn!” Waar twee het altijd eens zijn, kunnen er erg mooie dingen ontstaan. Ontstaat er een diepe vriendschap en ontstaat er veiligheid. Of kijk eens naar een huwelijk waar man en vrouw elkaar versterken in plaats van onderuithalen, omdat ze gezamenlijk op één doel willen afgaan.

Als kerk zijn we begonnen met de Korintiersbrieven en Arjan benoemde vorige week al: “E_Kerk Utrecht, een geweldige kerk!”. Als we aan het bouwen en kijken zijn naar de kerk, dan is de Evangelische Kerk Utrecht echt een super mooie kerk. En toch gaan we voor de boventitel “Steeds mooier” omdat er in een kerk altijd wel dingen zijn die ervoor zorgen dat we steeds mooier kunnen worden.

De Korintiers waren ook een geweldige kerk. Arjan haalde het vorige week al aan dat Paulus blij is over hoe het met de kerk gaat. Als je kijkt naar de context van de brief, dan merk je dat Paulus ontzettend veel van de kerk houdt. Maar ook dat er dingen niet helemaal lekker lopen in de kerk. De kerk is op wat zijsporen terecht gekomen vanwege wat vreemde ideeën die er leefden.  Paulus had enkele jaren voordat hij deze brief geschreven had de kerk in Korinthe gesticht. Zijn goede vrienden Priscilla en Aquilla hebben hem geholpen. Paulus is doorgegaan met reizen en kerken stichten en onderwijzen. Na Paulus is Apollos naar Korinthe gekomen om de kerk daar te onderwijzen. Dat is terug te vinden in Handelingen 18, waar Priscilla en Aquilla deze Apollos tegen waren gekomen. Apollos was een man die ontzettend mooi en goed kon praten. Het feit dat hij uit Alexandrië kwam, heeft hem waarschijnlijk erg geleerd, bekwaam en welsprekend gemaakt. Los van het feit dat hij heel veel van God wist, had hij wel even wat onderwijs nodig van Priscilla en Aquilla, omdat hij nog niet bekend was met de doop. Nadat Priscilla en Aquilla hem onderwezen hadden ging hij naar Korinthe en heeft daar de kerk geholpen in onderwijs.

Het valt op dat Paulus totaal niet zegt over Apollos dat hij iets fouts heeft onderwezen, of dat hij dingen niet goed gedaan zou hebben. Hij heeft het wel over het gevolg wat er in de kerk van Korinthe gebeurde. De kerk polariseerde in de mensen die achter hun favoriete leraar gingen staan. Ze gingen zelfs niet eens achter hun favoriete leraar staan, maar begonnen op te scheppen over hoe goed hun leraar wel niet was:
– Paulus, hij was de stichter van de kerk en zonder dat HIJ er was geweest, was de kerk er nooit geweest.
– Paulus, denk jij aan Paulus? Nee, dan ben jij echt raar! Apollos, heb je gehoord hoe goed Apollos kan spreken? Als HIJ spreekt, dan vlamt het! Hij is zo welbespraakt, hij is zo goed, hij kan mensen zo goed overtuigen. Wow!
– Paulus of Apollos? WAT? Zijn jullie zulke lui? Petrus. Petrus werd door Jezus niet voor niets degene genoemd op wie Hij Zijn kerk zou bouwen? Nee, jullie zien het helemaal verkeerd, Petrus DAAR gaat het om!
– NEE Jongens, jullie hebben het helemaal verkeerd! Jezus, daar gaat het om! Het was toch Jezus die voor ons aan het kruis is gegaan?

Wat gebeurde er? Er kwam verdeeldheid, omdat men plaatsvervangend aan het opscheppen was over de kwaliteiten van degene achter wie zij stonden. Dat is wat je ook best vaak in de wereld om ons heen ziet.

De meesten van ons stellen niet zo heel veel voor en zijn niet zo heel erg bekend. Uitwerken in voorbeeld over bekenden.

Voordat je het weet heb je verdeeldheid over mensen die iets betekenen in de christelijke wereld, omdat we HEN belangrijk vinden. Het effect is van deze plaatsvervangende ego streling is dat je op een gegeven moment neer gaat kijken op mensen die het niet geheel met jou eens zijn. Het resultaat  onenigheid, scheuring, kliekjes, mensen die het gevoel hebben van er niet bij te horen, mensen die weggaan en splitsing.

Trek ik hem iets dichterbij. Ik mag zeggen dat ik degene ben die het langst in deze kerk komt. Ongeveer 32 jaar geleden is deze kerk gesticht door ene Edu. Het zou toch bizar zijn als ik op aan het scheppen ben over Edu, of over een leider die hier is geweest en nu een grote kerk in Den Haag leidt, of in Lody die een tijd leiders is geweest of in Jan en Gerda die onlangs afscheid hebben genomen? Of stel je voor dat we neer kijken op elkaar omdat mensen nog kijken naar iemand als Lody en wat hij voor de kerk betekend heeft en op die manier neerkijkt op anderen. Of dat mensen Jan en Gerda aanhalen als “Ja maar toen, toen was dat echt goed voor de kerk.” Als je heel reëel naar zo’n situatie kijkt, dan ben je plaatsvervangend je ego aan het strelen vanwege iets wat zij hebben gedaan.

Vers 13 vraagt Paulus zich af of hij gekruisigd was. We weten met zijn allen wel dat dit niet het geval was, maar het is wel een heel duidelijk statement dat hij maakt. Hij maakt zichzelf tot iemand in wie je niet kan opscheppen. Ik ben niet voor u gekruisigd en u bent ook niet in mijn naam gedoopt. Of te wel, ik ben helemaal niemand. Vers 31 zegt al “Wie roemt, laat hem roemen in de Heer” In vergelijking met wat Jezus heeft gedaan voor ons, is datgene wat Paulus heeft gedaan voor de kerk in Korinthe helemaal niets. Paulus had Jezus nodig voor zijn redding, Apollos had Jezus nodig voor zijn redding, Petrus had Jezus nodig voor zijn redding, Edu had Jezus nodig voor zijn redding, Lody had Jezus nodig voor zijn redding, Jan had Jezus nodig voor zijn redding en ook ik had Jezus nodig voor mijn redding. Op het moment dat we iemand ophemelen of eigenlijk jouw ego aan het strelen bent over het gezag van een ander persoon, dan ben je eigenlijk vergeten wat een hopeloos geval je zou zijn zonder Jezus. Dan plaats je die persoon in de plaats van Jezus. Het kruis breekt alle roem van mensen, omdat het enkel het kruis is waardoor we zijn gered. Het kruis ondermijnd de diepste grond van verdeeldheid en legt een nieuw fundament van eenheid; namelijk Jezus.

De trots van de Korintiërs over verschillende mensen die in de kerk zijn geweest hebben ertoe geleid dat er geen eenheid meer was en scheuring optrad. Uiterlijke schijn en spreektalent werd belangrijker gevonden dan het werk van de Geest. Mijn vraag aan jou is, vind jij uiterlijke schijn en wat er in de kerk geweest is belangrijker dan wat het werk van de Geest van God nu doet?

————

Paulus gaat door en verteld over het feit dat hij eigenlijk niemand heeft gedoopt. Dan zou je jezelf kunnen afvragen of het zo is dat Paulus eigenlijk tegen het dopen is. Ondermijnt Paulus in dit gedeelte zijn eigen onderwijs? Als je dan naar de rest van het nieuwe testament en de andere brieven van Paulus kijkt, dan kan je zeggen dat dit absoluut niet het geval was. Paulus gaat er eigenlijk bij iedereen vanuit dat de gelovige gedoopt is.

In de brief aan de Romeinen schrijft Paulus dat we gedoopt zijn in Jezus zijn dood en opstanding. Maar ook in Colosensen 2:12  “U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.” Hierin beschrijft Paulus dat de doop niet een optie is die de ene christen wel en de andere christen niet doet. Hij gaat er vanuit dat dit een uiting is waardoor mensen laten zien dat ze geloven en gered zijn. Dit is ook meteen een reden voor het feit dat we gelovigen dopen en geen kinderen. “Door het geloof van de werking van God” laat zien dat je het wel moet geloven.

Wat wel opvallend is, is dat Paulus ook in het dopen weer laat zien dat team erg belangrijk is. Misschien is het je wel eens opgevallen dat er vaak staat dat Paulus de opdracht gaf om mensen te dopen, hij ze liet dopen of mensen gedoopt werden. Korinthe was hetzelfde, Handelingen beschrijft dat er vele gelovigen waren die werden gedoopt.

Paulus deed er veel moeite voor om alle eer naar Jezus te laten gaan en die aandacht niet van het werk van Jezus aan het kruis af te leiden. Misschien had hij wel had gemerkt dat in het begin van zijn bediening, toen hij wellicht nog zelf mensen doopte, mensen opschepten over het feit dat ze door hem waren gedoopt. Hij liet al het dopen over aan de mensen met wie hij samenwerkte, zodat alle aandacht naar Jezus zou gaan en niet naar hemzelf. Stel je daarnaast eens voor: Paulus had ontzettend veel invloed in de kerken en heeft op heel veel plekken mensen tot geloof zien komen. Als hij zich bezig had gehouden met het zelf dopen van al die mensen, was daar een groot deel van zijn tijd in gaan zitten en die was niet gaan zitten in zijn kern kwaliteit: namelijk het evangelie prediken en kerken onderwijzen. Was misschien in het begin sneller gegaan, maar uiteindelijk kwam hij hier verder mee.

Dit laat weer een heel belangrijk ding zien, namelijk TEAM! Arjan haalde dit vorige week al aan, het is door de hele bijbel heen te zien. TEAM is super belangrijk. Of het nou teams van 2, 3 of groter zijn. TEAM maakt het verschil. In relatie met elkaar kunnen we veel verder komen. Daarom is verdeeldheid binnen groepen ook zo ontzettend gevaarlijk.

Dat is ook wel een reden waarom Paulus in het begin van hoofdstuk 3 nog een keer terugkomt op het feit dat er een eenheid moet zijn.

3:1En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn, maar als tot mensen die nog vleselijk zijn, als tot jonge kinderen in Christus. 2 Ik heb u met melk gevoed en niet met vast voedsel, want u kon dat nog niet verdragen; ja, u kunt dat ook nu nog niet, 3  want u bent nog vleselijk.  Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens? 4  Want als iemand zegt:  Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos, bent u dan niet vleselijk? 5  Wie is Paulus dan, en wie is  Apollos, anders dan dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft? 6  Ik heb geplant,  Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. 7  Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien. 8  En hij die plant en hij die begiet, zijn één,  maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen overeenkomstig zijn eigen inspanning. 9  Want Gods  medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods  bouwwerk bent ú.

Ook hier wil Paulus de trots van de Korintiërs weghalen. Een trots die ervoor zorgde dat er scheuringen en kliekjes in de kerk kwamen. Paulus begint met het uitleggen dat er een groei zit in het geestelijke leven van een mens. Er waren mensen die vonden dat zij erg ver waren in hun geloof en die gaven erg hoog van zichzelf op. Dusdanig hoog dat ze daarmee anderen omlaag haalden. Maar juist het feit dat ze anderen omlaag haalden (of zichzelf boven de ander stelden), zorgde ervoor dat ze lieten zien dat ze helemaal niet zo volwassen waren in het geloof. En uiteindelijk zal iedereen voor zichzelf moeten toegeven dat het voor de rest van je leven een groeiproces is waarin je steeds meer leert. VB Johanna

Paulus komt dus tot de verdrietige conclusie dat de Korintiërs zich nog niet gedragen zoals een geestvervulde christen zich zou moeten gedragen. De houding die de Korintiërs hebben is ongeestelijk, naar het vlees. De instelling die ze hebben, hoort nog bij hun oude natuur. Die oude natuur is trots en opscheppen. Gedreven door hun lichamelijke impulsen en lusten zijn ze eigenlijk nog kinderen in het geloof. Als je dit niet had verwacht, dan komt het wel erg rauw op je dak vallen. Stel je voor dat je jezelf ziet als een goed geestelijk persoon die wel erg volwassen is in het geloof en iemand zegt ineens tegen je dat je eigenlijk nog maar een kind bent in het geloof. Dat is best wel een klap in het gezicht lijkt mij.

Paulus bewijs wel meteen dat het zo is. “Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u niet naar de mens?”  Die tweedracht zoals hij genoemd staat in de grondtekst heeft niet zozeer te maken met tweedracht in de privésfeer, maar juist in onenigheid tussen partijen (in de gemeente of maatschappij). De retorische vraag die Paulus stelt, kan alleen maar met “Ja” worden beantwoord.

Paulus maakt heel duidelijk welke tweedracht en ruzie er wordt bedoeld. Als mensen elkaar beconcurreren vanwege het feit dat ze achter een bepaalde leider aan zouden lopen, dan gaat het erg fout. Dan krijg je kliekjes en worden mensen buitengesloten.

Dat is wel iets wat je in het leven van alledag gewoon ziet. Hoe vaak zie je niet dat er mensen om je heen worden buitengesloten? Of hoe vervelend is het als je zelf merkt dat je in een grote groep bent, er veel groepjes in die groep zijn maar jij geen onderdeel bent van die groep of groepjes?  .

Het buitensluiten van mensen is iets wat in de wereld heel gewoon is en wat ook heel gewoon in een kerk kan worden op het moment dat we het niet geestelijk oppakken. De kampen in Korinthe stonden tegenover elkaar vanwege hoe ZIJ dachten over Paulus en Apollos. Paulus en Apollos stonden niet tegenover elkaar, diverse plekken in het NT laten zien dat ze elkaar aanvulden en samenwerkten. Wat uiteindelijk gebeurde in Korinthe, is dat de trots van mensen ervoor zorgden dat ze opschepten over datgene wat Paulus of Apollos zou zijn.
– Trots is een venijnig iets, maar staat beslissingen en overgave vaak wel in de weg.
– Trots staat in de weg om in gehoorzaamheid op weg te gaan met God.  Hoe lang kost het mensen niet om hun leven aan Jezus te geven, om zich te laten dopen, om mee te gaan met leiders, mee te bouwen aan de kerk?
– Trots staat in de weg om met bepaalde mensen om te gaan.  Hoe vaak voel je jezelf als iemand die als laatste wordt gekozen of wordt weggegeven aan een andere groep? Ben jij ook iemand die op anderen neerkijkt omdat zij een andere leider hebben? Of neerkijkt op iemand omdat ze iets heel belangrijk vinden?
– Trots zorgt voor scheiding tussen groepen in de kerk.   Als jij zo over dit denkt, dan hoef ik niet meer met jou om te gaan. Als jij dit vindt, dan vindt ik dat.
– Trots zorgt er uiteindelijk voor dat mensen (inclusief jijzelf) kapot gaan.  Ik heb nog nooit iemand gezien die er beter van geworden is door overal buitengesloten te worden.

Als kerk mogen wij nooit een plek zijn waar mensen tegen elkaar opstaan en andere mensen belangrijker vinden dan wat de Geest doet.

In de kerk heeft iedereen zijn eigen taak en functie. Als oudsten mogen wij de kerk leiden en zijn verantwoordelijk voor goed onderwijs in de kerk. In die taak nemen we verantwoordelijk en zullen absoluut bijsturen als mensen, in onze ogen, een verkeerde theologie aanhangen. Dat doen we niet door hen buiten te sluiten, maar proberen dat te aller tijde liefdevol en kijkend naar de bijbel te doen. Maar ook wij staan niet als zonderlingen boven de kerk in alwetendheid. De bijbel laat zien dat mensen met een apostolische bediening de kerken zegenen en hen input van buitenaf geven. Als kerk zijn we onderdeel van Relational Mission, een familietak van de familie Newfrontiers. Deze familie wordt geleid door Mike Betts en hij geeft ons als familie van kerken input in waar we als familie van kerken naar toe gaan. Maar in de dagdagelijkse dingen helpt Joop ons met zijn adviezen en wijsheid om de kerk te kunnen leiden. Hij is vanuit het team van Mike verantwoordelijk voor de Europese aangelegenheden en in dat opzicht ook betrokken bij ons als kerk. Omdat we weten dat we in bepaalde gevallen wijsheid te kort komen. Als je dan aan Joop of Mike vraag: “Wat zijn jullie?” Dan zullen ze zeker antwoorden: “Dienaren” Niet omdat ze graag vals bescheiden willen zijn, maar omdat ze weten waar ze staan. Ze zijn dienaren van Jezus die de kerk mogen dienen op de plek die God hen gegeven heeft. Mike en Joop hebben niet zelf besloten dat ze deze plek zouden gaan vervullen. God heeft hen naar Zijn plan gebruikt in het bouwen van de kerk.

Eigenlijk net als Paulus en Apollos die wisten dat zij dienaren zijn van de kerk en zagen dat God ervoor zorgde dat zij elkaar aanvulden. De Korintiërs hebben hen beide even hard nodig gehad, Er is voor hen ook geen reden om de een boven de ander te plaatsen.

Het mooie van alles, is dat Paulus het heel mooi samenvat in vers 7. Dus noch hij die plant is iets, noch hij die begiet, maar God, die laat groeien.

Wij kunnen nog zo mooi dingen doen. Wij kunnen nog zo mooi spreken, hele goed of minder goede preken houden. Wij kunnen water geven, of wij kunnen bewerken. Aan het einde is het God die laat groeien. God is het die mensen laat groeien en het is God die de kerk laat groeien. Hij gebruikt daarvoor mensen die de grond bewerken voor het planten en water geven, maar het uiteindelijke laten groeien, doet hij zelf.

Ook als we kijken naar de kerk, weten wij als oudsten: We hebben de akker bepaald, rotsblokken weggehaald, grond omgeploegd en gezaaid. We wachten nu op regen van God wat de groei gaat geven. Daarom ben je ook van harte welkom om woensdag met ons mee te bidden! Maar wat wij ook gedaan hebben en wat wij ook doen, hoe hard of zacht we ook werken. GOD geeft de groei en niet onze arbeid.

Om het samen te vatten, kliekjes in de kerk komen voort uit trots. Dat uitte zich in Korinthe door achter hun favoriete leider te gaan staan. Bij ons komt trots op vele manieren naar voren en ik heb er een aantal benoemd. Dat kan zorgen voor kliekjes in de kerk en dat is iets wat we absoluut niet willen hebben.

Evangelische Kerk Utrecht, als oudsten willen we dat de kerk steeds mooier wordt. Daarin is het belangrijk dat je het volgende onthoudt:

– Christus is één!
– Geen leider is voor jou aan het kruis gegaan, dat is Jezus alleen.
– Je wordt enkel gedoopt in de naam van Jezus en niet in die van een leider
– Het werk van de Geest van God is belangrijker dan de uiterlijke schijn of het hoog houden van wat er in de kerk geweest is
– Wij zijn als een akker, de één doet zijn werk op die akker als planter, de ander als begieter en God zal ze belonen voor het werk wat ze gedaan hebben. Maar uiteindelijk is het God die zorgt voor de groei.