Met Jezus in de storm – wat zie je?

Joop BakkerResources

Inleiding:

We zijn bezig met het onderdeel ‘de wonderen van Jezus’. In het gemeentegroepenboekje kun je lezen wat het doel was van Jezus’ wonderen.

Dit is de tweede preek waar een wonder van Jezus in centraal staat. De eerste preek ging over de kromme vrouw die door Jezus opgericht werd (8 mei, Cornelly). In de gemeentegroep-studie staan deze maand de wonderen die Jezus gedaan heeft centraal. Het grote wonder is natuurlijk dat Jezus een storm stilt. Hiermee laat Hij zien dat Hij God is en boven de natuur staat. In dat licht was de titel “Jezus stilt de storm” beter geweest. Dat Jezus Zichzelf als God openbaart door onder andere de wonderen heen hebben we uitgebreid besproken (onder andere 20 maart, Peter, “als je Mij ziet, zie je God” en in de gemeentegroepstudie vanaf pagina 13).

Vandaag stilstaan bij een groot wonder van Jezus.

Kern van Jezus’ leven is, dat alles wat Hij doet in het teken staat van Zijn missie. Dus ook de wonderen. Maar je moet de wonderen wel zien, anders heb je er niets aan. Daarom deze preek met de titel: ‘Wat zie je?’

In 2 Kon. 6 lezen we over de profeet Elisa die door de koning van Aram belaagd wordt.

We lezen dan in 2 Kon. 6:17:

15 Toen de dienaar van de man Gods des morgens vroeg opstond en naar buiten trad, zie, een legeromringde de stad, zowel paarden als wagens. En zijn knecht zeide tot hem: Ach, mijn heer! wat moeten wij doen? 16 Maar hij zeide: Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn. 17 Toen bad Elisa: Here, open toch zijn ogen, opdat hij zie. En de Here opende de ogen van de knecht en hij zag en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa. 

De vraag is: Wat zie je als je om je heen kijkt, bv. in de kerk? Wordt dat wat je ‘ziet’, gevoed door je zintuigen of door geloof? Zo kun je ook naar de wonderen van Jezus kijken. Jezus is niet zomaar een ‘weldoener’, maar Hij geeft telkens een boodschap af:

  • Water in wijn: de markering van Zijn start als Messias. Een groot wonder, maar zonder religieuze notie. Bovendien ‘wijn’ is het beeld van vreugde; ‘water’  van leven en van het Woord. M.a.w. Jezus kwam om leven te brengen (leven in overvloed) en van daaruit vreugde (dus geen wetticisme).
  • Opwekking van de ‘jongeling van Naïn’: daarmee liet Jezus Zijn bewogenheid zien voor de armen, weduwen etc. én het feit dat Hij voor zulke mensen gekomen is.
  • Dochtertje van Jaïrus: er is ook geloof buiten Israël.

Zie ook: de Kananese vrouw: Jezus kwam niet alleen voor Israël, maar voor de hele schepping (vgl. Jes. 49:6).

  • De kromgegroeide vrouw (zie 8 mei Cornelly).

Jezus stilt de storm of: Wat zie je?

Vandaag dus een van de grootste wonderen, waarin Jezus:

  • het geloof van Zijn volgelingen uitdaagt (v. 40);
  • Zijn heerschappij over de hele schepping bevestigt (v. 41).

Lezen: Markus 4:35-41 (NBV)

 35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze stuurden de menigte weg en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38 Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?’ 39 Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Ontbreekt het jullie aan geloof?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’

De context is dat Jezus moe is van een uitputtende bediening in de streek. Hij valt dan ook in slaap. En wordt zelfs niet wakker van de storm. De reactie van de discipelen is merkwaardig: ‘Kan het u niet schelen dat we vergaan?’ M.a.w. feitelijk schuiven ze de schuld van de gebeurtenissen en het ontbreken van een oplossing op Jezus. Dit is wat veel mensen doen: Als God bestaat, waarom is er dan….?

Ze gaan volledig voorbij aan het feit dat Jezus bij hen is en met hen bewogen is. God lijdt nog meer onder het leed dat de schepping wordt aangedaan dan wij. Daarom heeft hij het grootste offer gebracht dat gebracht kan worden: Zijn Zoon! Er was geen andere mogelijkheid.

Jezus voorziet in een oplossing, maar vraagt Zich af waarom Zijn discipelen geen geloof hebben. Hij was immers bij ze. Je kunt de volgende toepassing voor deze geschiedenis geven, namelijk dat wanneer je met Jezus ‘onderweg bent’:

  1. stormen in het leven niet aan je voorbijgaan (Ps.34:20)
  2. dat Hij er is
  3. Dat jouw situatie Hem ter harte gaat
  4. dat Hij je erop wijst dat je te midden van de ellende moet vertrouwen (geloven)
  5. Hij uiteindelijk er altijd boven staat en de storm stilt…(Rom. 8:28)

Meestal geven we een individuele toepassing aan dit verhaal. Echter, Jezus spreekt hier hen allen aan, meervoud (jullie). Het ligt daarom meer voor de hand de betekenis toe te passen op de kerk. Het gaat hier niet om een individueel probleem, maar om een collectief probleem, van hen allemaal. Zij zaten in deze situatie en konden er niet zomaar uitstappen. Er moest een goddelijke oplossing komen…. En die kwam er.

Als je kijkt naar je kerk, wat zie je dan? Schijnbaar onoplosbare problemen? mensen die weggaan? angst voor de toekomst?

Dan moeten we ons realiseren dat dit Zijn kerk is, en dus ook Zijn ‘probleem’. Zoals Jezus verantwoordelijk was voor het probleem van de storm (Hij wilde naar de overkant!), zo is Hij ook verantwoordelijk voor problemen in de kerk als de oudsten in gehoorzaamheid aan Hem stappen zetten.

Het goede nieuws is: Jezus was ook in de boot; ook al sliep Hij. En Hij is in de gemeente en wil niets liever dan een ‘stralende bruid zien zonder vlek of rimpel’, want Hij houdt van de Kerk.

Citaat Maurice Nightingale: Jezus bouwt Zijn kerk, wij moeten getrouw zijn in het doen wat Hij ons opgedragen heeft: getuigen, discipelen maken, leiders trainen etc.

Als we weten dat Jezus ‘in de boot is’ en geloven dat Hij meer kan doen dan wij bidden of beseffen, en dat Hij alle dingen kan doen meewerken ten goede, dan hoeven we niet bang te zijn.

De vraag is alleen: geloven wij dat God kan doen wat Hij heeft beloofd of beschouwen we de boot als een zinkend schip en stappen we uit?

Afsluiting: lezen Rom. 8:28-39.