Word opnieuw gegrepen door het evangelie

Marten JanResources

Word opnieuw gegrepen door het evangelie

 
 
00:00 / 34:09
 
1X

Galaten 2:11-14.
Maar toen Petrus later in Antiochië kwam, heb ik eerlijk tegen hem gezegd dat wat hij deed niet goed was. 12 Want eerst ging hij gewoon eten bij niet-Joodse mensen die in Jezus waren gaan geloven. Maar toen er Joodse gelovigen uit de gemeente van Jakobus naar Antiochië kwamen, was hij bang dat zij daar iets van zouden zeggen. En hij durfde dat niet meer te doen. 13 Ook de andere Joden in de stad die in Jezus waren gaan geloven durfden dat niet meer. Zelfs Barnabas ging met hen meedoen. 14 Maar ik zag dat dit volgens de waarheid van het goede nieuws niet juist is. Daarom zei ik tegen Petrus waar iedereen bij was: “Jij, als Jood, kon eerst op dezelfde manier als de niet-Joodse gelovigen leven in plaats van als een Jood. Hoe durf je dan nu van de niet-Joden te eisen dat ze zich aan de Joodse regels gaan houden?

Zullen we bidden?

Wat gebeurd hier?

Wat gebeurd hier? Dat was de vraag die ik mij stelde toen ik met dit stuk aan de slag was. In dit stuk wordt een ontmoeting beschreven tussen Paulus en Petrus in Antiochië. Deze ontmoeting lezen we niet terug in Handelingen, maar dat hoeft ook niet. Als mensen dit wilden controleren, dan waren op het moment van schrijven nog genoeg mensen die hier getuige van waren geweest. Het valt op dat Paulus in dit stuk opnieuw zijn zelfstandigheid van zijn Apostelschap toont. Niet het menselijk aanzien is belangrijk, maar de ‘waarheid van het evangelie’.

Het is opvallen dat dit stuk eigenlijk direct na het stuk over het convent van de Apostelen in Jeruzalem wordt beschreven. In één brief hebben we nu al meerdere malen gezien dat de waarheid van het evangelie voor Paulus super belangrijk is. Als hij niets had gedaan, dan was de waarheid van het evangelie verwatert. Dan hadden we binnen een paar jaar geen evangelie meer gehad en hadden we nu geen kerk gehad.

Een belangrijk woord in dit stuk is het woord dwingen. Vers 14 (hsv) zegt: “…Waarom dwingt u de heidenen op de Joodse manier te leven?” Dit dwingen is hetzelfde dwingen als genoemd wordt in vers 3, waar ik drie keer geleden over sprak. In vers 14 wil Petrus de heidenen dwingen te leven zoals de Joden. Maar in vers 3 werd Titus niet gedwongen zich te laten besnijden (dus te voldoen aan de wetten van Mozes). Daarnaast gaat het om de waarheid van het evangelie. Paulus is in Jeruzalem niet aan de kant gegaan voor de mensen die de Joodse wetten over de heidenen heen wilden leggen, “zodat de waarheid van het Evangelie bij u zou blijven”. En in vers 14 zegt Paulus dat hij zag dat ze “niet overeenkomstig de waarheid van het Evangelie wandelden”.

Paulus laat in dit stuk zien dat hij een onafhankelijke Apostel is. Niet zomaar een persoon die de aanbeveling of goedkeuring nodig had van Petrus, of Jacobus of Johannes. Hij wordt niet door Petrus geleid, hij leidt Petrus eigenlijk de juiste kant op. Paulus was er heel duidelijk over; hij was een ambassadeur van het Evangelie. Het Evangelie wat hij zelf had ontvangen van Jezus.

Paulus stond ervoor dat het Evangelie staat voor goed nieuws. Het goede nieuws dat we recht tegenover God mogen staan, doordat Jezus voor onze fouten aan het kruis is gegaan. De bijbel leert dat ieder mens zondig is en daardoor niet bij God kan komen. Jezus is voor onze zonden aan het kruis gegaan, hij is dood gegaan en opgestaan uit de dood. Hiermee kocht Jezus het recht voor ons om weer bij God te kunnen komen en in relatie met Hem te staan. De enige manier om weer in relatie met God te mogen leven is door ons te bekeren van ons oude leven en het offer van Jezus aan te nemen. Als we iets aan eisen toevoegen aan dit goede nieuws, dan zouden we mensen aanmoedigen om te vertrouwen op hun eigen werken. Als je vertrouwt op je eigen werken, dan breek je het evangelie af en is het niets meer waard. Als rechtvaardiging en heiliging niet door geloof alleen zijn, dan zou je jouw redding toch nog ergens zelf kunnen bewerken. Als dat zo zou zijn, zou Jezus voor niets aan het kruis zijn gegaan. Dat is wat Paulus ook motiveerde om zo hard tegen de fout van Petrus in te gaan.

Wat gaat er mis bij Petrus?

Een tweede vraag die ik mijzelf heb gesteld, wat ging mis bij Petrus? Voor een Jood in die tijd was het veel minder verbazingwekkend dat Petrus niet meer met de heidenen samen at, dan dat hij dit eerst wel had gedaan. Omdat Petrus apart ging zitten, maakte hij zich schuldig aan huichelarij. Hij was niet van gedachten veranderd, hij wist echt wel dat de spijs en kledingwetten alleen maar Joodse tradities waren. Maar naar de heidenen toe handelde hij gewoon niet meer in overeenstemming met zijn overtuigingen. Daar kwam bij dat dit ook nog eens besmettelijk was.

Om even een goed plaatje te schetsen. Toen de kerk zo’n 2000 jaar geleden ontstond, waren de Joden daar niet zo blij mee. Eén van de leiders in de kerk, genaamd Stefanus, werd gestenigd door zijn getuigenis. Dit was het beginpunt van een heftige vervolging van de kerk, die uiteindelijk resulteerde in de verspreiding van het Christendom over de wereld. Petrus was op een gegeven moment in Joppe (dat is een kleine 100 kilometer van Jeruzalem vandaan). Daar ontvangt hij een visioen, waarin een laken naar beneden komt met onreinen dieren die hij van God moet eten.  Hij weigert dit en God zegt daarop dat “Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onrein houden!” Dit gebeurde tot drie maal toe en vervolgens bedacht Petrus wat dit kon betekenen. Er kwamen mannen die gestuurd waren door een Romeinse hoofdman, Cornelius, en die vroegen Petrus om mee te komen. Dit was ontzettend controversieel, omdat Joden geen omgang mochten hebben met heidenen. Petrus gaat mee naar de Romeinse hoofdman. Hij benoemd dit en zegt vervolgens: “Maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen”. Dat is de uitleg van het visioen wat Petrus gekregen heeft.

Terwijl Petrus bij deze man in huis is en het evangelie uitlegt, valt de Heilige Geest op alle aanwezigen. Deze mensen werden allemaal gedoopt. Dit gaf een enorme rel in de kerk. Want Petrus was bij de heidenen binnen geweest en had met hen gegeten. Petrus legt hen vervolgens uit wat God hem had geleerd in het visioen, dat er mannen vanuit Caesarea waren gekomen om hem op te halen (gestuurd door een engel) en dat toen hij begon te spreken de Heilige Geest op hen viel. De kerk was blij dat God ook aan de heidenen de bekering gegeven heeft die tot het leven leidt.

Hoe kan het dan zijn dat Petrus nu ineens apart van de heidenen gaat eten? Als iemand zou moeten weten dat voor God alle mensen gelijk zijn, dan is het Petrus wel. Bij Petrus is het begonnen dat de heidenen de kerk in kwamen. Hij moet dan toch een les getrokken hebben.

We weten niet veel van de groep die vanuit “de kring van Jacobus” kwam. We weten niet of ze verbonden waren met Jacobus, of dat dit gewoon een verwijzing was naar mensen die vanuit Jeruzalem naar Antiochië kwamen. We weten één ding wel erg zeker. Petrus was bang voor ze. Het zou kunnen zijn dat deze mensen gewelddadig waren en daardoor bij Petrus angst inboezemden. Misschien hadden ze een grote overredingskracht. Petrus stond in ieder geval toe dat culturele verschillen belangrijker werden dan de eenheid die het evangelie bewerkt.

Door angst is Petrus zich anders gaan gedragen en wandelde hij niet meer recht met het evangelie. Want stel je jezelf eens voor, Petrus trekt zich terug om alleen te eten met de Joodse christenen. Omdat hij leider is van de kerk, trekken andere Joodse christenen zich ook terug van de omgang met de heidense christenen. Ook Barnabas trok zich terug. Er ontstond weer een tweedeling in de kerk. Een tweedeling op basis van etniciteit. In de huidige tijd noemen we dit racisme of discriminatie en dat is NIET zoals God het bedoelde. Spreuken 29:25 zegt: “vrees voor mensen legt iemand een valstrik” en dat is wat hier gebeurde. En daar is Petrus, gestruikeld in een valstrik.

Gebeurt dit nou ook bij ons?

De zonde van Paulus had te maken met wettisisme. Hij liet hier zien dat christen God alleen zouden kunnen behagen als ze Joods worden, dat is nationalisme en een vorm van wettisisme. Wettisisme leidt tot hoogmoed en angst in het denken van mensen. Daarnaast werkt het tot uitsluiting en rivaliteit in de omgang tussen mensen. Dit is ook vandaag de dag nog zichtbaar in kerken.

Sektarisme is een dergelijk voorbeeld. Er is geen enkele kerk die ontkomt om onderscheidende kenmerken te hebben wat betreft leer en leven die eigenlijk niets te maken hebben met de kern van de geloofsleer. Maar het is ontzettend eenvoudig om een dergelijk kenmerk ontzettend veel waarde toe te bedelen en daarmee aan ons als kerk een andere hogere waarde toedichten dan een andere kerk. Kijk naar ons als kerk, we zijn net uit het Marcuscentrum weg, maar daar kwamen we tegelijkertijd samen met de PKN kerk. Ze geloven in dezelfde Jezus en in diepe waarden geloven we hetzelfde. Je merkte wel dat zij op een andere manier geloof beleefden dan wij. Wij een uitbundige dienst, met behoorlijk wat jonge mensen. Zij een wat rustigere dienst met veel oudere mensen. We mochten van elkaar accepteren dat we verschillende waren, onze stijl en gewoontes zijn niet beter of slechter dan die van hen. Ik geloof dat wij hen respecteerden en zij ons. We spraken regelmatig met mensen van de Marcuskerk en hadden een diep respect voor elkaars manier van kerk zijn.

We moeten niet in de valkuil trappen dat onze eigen voorkeuren belangrijker zijn dan het evangelie. Of dat we een morele waarde toekennen aan iets wat cultuur gebonden is.

Een ander voorbeeld is dat de kerk opvattingen over status of nationalistische of racistische gevoelens van de wereld overneemt. We kennen allemaal wel christenen die behoren tot een sociale klasse of groep waar we  voorheen, voordat we Jezus leerden kennen, minachting voor voelden. Misschien wel op neerkeken. Of misschien wel naar op keken. Christenen uit de arbeidersklasse hebben misschien moeite met Christenen die welvarender zijn en in sociaal opzicht tot een ‘hogere’ klasse behoren. Erg slimme mensen voelen zich misschien niet prettig bij mensen die in hun ogen minder begaafd zijn in de kerk. Of er zijn mensen die heel makkelijk met mensen kunnen omgaan, maar juist niet op hun gemak zijn bij mensen die sociaal net ff wat minder handig zijn.

Als ik kijk naar onze kerk, dan ben ik echt super blij met onze kerk. Ik hou van de kerk. Vincent houdt altijd de aantallen bij van mensen die komen. Hij vertelde onlangs dat we tegenwoordig weer tussen de 30 en de 40 mensen op zondag bij elkaar hebben. Laatst hebben we even zitten tellen en kwamen we met elkaar op 10 nationaliteiten die in onze kerk zitten. Als ik kijk naar de sociale lagen in de kerk hebben we mensen die menselijk gezien hoog en menselijk gezien laag op de sociale ladder staan. We hebben oudere mensen en jonge mensen, in een mooie balans. Ik vind het echt gaaf dat God ons zo’n gemêleerd gezelschap heeft toevertrouwd. Ik vind het super mooi om te zien dat we op zondag zo met elkaar om gaan, alles loopt door elkaar heen en niemand voelt zich te goed voor een ander.

Waar ik minder zicht op heb, maar wel hoop en bidt dat dit gebeurd is dat we niet alleen op zondag netjes naast elkaar zitten, maar we als kerk ook met elkaar verbonden zijn door de weeks. Dat we “de maaltijd” met elkaar hebben. “De maaltijd” als het bouwen aan vriendschappen met elkaar. Onze verbindende factor is Jezus, we stonden allemaal onderaan de ladder omdat we Jezus niet hadden. Nu staan we allemaal bovenaan de ladder, omdat we kinderen van God zijn. En die ladder is maar één stap. We zijn rein in Jezus. Ik bid dat dit ook zichtbaar zal zijn in onze vriendschappen met elkaar.

Ik zou het super vinden dat, omdat God onze kerk laat groeien, we steeds meer nationaliteiten in de kerk zullen hebben. Een kerk waar iedereen zich thuis voelt, waar iedereen welkom is, iedereen zijn of haar cultuur meeneemt, iedereen vriendschap bouwt met de ander omdat we allemaal weten dat we niets waren zonder Jezus.  Dit allemaal door de overtuiging die staat in Galaten 3:28 à Het is niet van belang dat men Jood is of Griek, daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije, daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw, want allen bent u één in Christus Jezus.

Hoe is dit dan mogelijk?

Hoe kunnen we het mogelijk maken dat we als kerk als een echte eenheid leven en niet verscheurt zijn? Paulus gaat in op het achterliggende patroon van het gedrag van Petrus als hij Petrus aanspreekt. Het gedrag van Petrus bevestigde namelijk de mening van dwaalleraren. Die stelden namelijk dat je aan bepaalde Joodse riten moest voldoen voordat je het als heiden tot volwaardig christen kon brengen. Het is een ontzettend strenge terechtwijzing die Paulus hier geeft aan Petrus. Wat leren wij hiervan?

We moeten dicht bij God blijven. Dit deel uit Galaten geeft voor ons nog eens weer dat het rusten op je ervaringen uit het verleden niet goed is. Kijk naar Petrus, de man die een preek gaf waarna 3000 mensen zich lieten dopen, de man die een visioen kreeg van God waarbij God hem leerde dat hij geen mens onheilig of onrein mocht noemen, een gigantisch goede verdediging van zijn punt ten opzichte van de kerk in Jeruzalem. Zelfs in de vergadering in Jeruzalem waar een felle discussie is, hij opstond en verdedigde waarom de heidenen geen extra juk zouden moeten dragen. Maar hier vol van angst. Of Barnabas, van hem werd het getuigenis gegeven dat hij vol was van de Heilige Geest en dat God hem machtig gebruikte in de kerk. We kunnen met elkaar zeggen dat Barnabas hier niet vol was van de Heilige Geest. Hij gaf ruimte aan een geest van dwaling en wandelde, in ieder geval op dat moment, niet op de weg van geloof.

We moeten leren dat we nooit gemakzuchtig moeten worden over het feit dat we een ooit geweldige ontmoeting hebben gehad met God en verder wel goed zitten voor ons leven. Ervaringen met God in het verleden bieden geen garanties om God in de toekomst te blijven gehoorzamen. Het leven van een christen is een race en die race moeten we tot het einde toe lopen en goed finishen. Het is een gevecht dat we moeten winnen. Geloof dat we moeten vasthouden tot het einde. Daarin is geen tijd om genoegzaam om ons heen te gaan zitten kijken en het wel goed te vinden. Maar daarvoor hebben we wel de Heilige Geest nodig om ons hierin te helpen.

We hebben elkaar nodig. Paulus confronteert Petrus op een hele mooie manier, waar wij veel van mogen leren als we elkaar op weg helpen in het leven wat in overeenstemming is met het evangelie. Paulus spreekt Petrus niet aan op het feit dat hij zich niet aan de regels hield. Maar hij spreekt Petrus aan om hem te wijzen op het feit dat hij het evangelie vergeten is. Dat hij een houding heeft van zelfrechtvaardiging, waar dit gedrag uit voortkomt. Wij mogen leren elkaar ‘terecht te wijzen’ door elkaar te laten kijken naar de rijkdom en liefde van Jezus. Als we Gods genade als argument gebruiken, dan kunnen we heel schep en direct kritiek leveren. Degene die het betreft zal dan over het algemeen kunnen merken dat we aan zijn of haar kant staan. Ook het gedrag van Petrus en Barnabas is hierdoor veranderd.

Juiste focus. Kom ik terug op één heel belangrijk woord. ANGST. Het was angst voor de mensen uit de kring van Jacobus. Angst spant een valstrik en komt ook niet overeen met het evangelie. Het evangelie verteld ons dat de dood en opstanding van Jezus ons verzekerd van Gods liefde. Dus heel diep van binnen geeft dat de wortels voor stabiliteit en zekerheid in onze levens. De pure overgave en de schoonheid van het evangelie is, dat Jezus voor ons geleden heeft. Dit helpt jou en mij om zonder angst op te staan op het moment dat we in een bepaalde richting gedrukt worden die tegen de principes van het evangelie is. Daar waar iemand regels op wil leggen om het evangelie vals te maken, ons proberen een juk op te leggen, of misschien wel teleurstellingen op ons proberen te leggen waardoor de waarheid van Jezus in het geding komt; focus jezelf op Jezus.

Als ik het negatief formuleer: Laat jezelf niet door angst verlammen en weghouden van de vrijheid die je hebt in je leven met Jezus en in de omgang met mensen die anders zijn dan jijzelf.
Als ik het positief formuleer: Wordt opnieuw gegrepen door het evangelie. Misschien heb je Jezus nog nooit aangenomen, dan nodig ik je van harte uit om dat te doen. Dank Jezus voor het offer wat Hij voor jou heeft gebracht en zeg dat je jezelf wilt afkeren van je oude leven en het offer van Jezus aanneemt. Dan zal je de vrijheid van Jezus gaan ervaren door de kracht van de Heilige Geest. Heb je Jezus al aangenomen in je leven? Verblijd je opnieuw dat je gerechtvaardigd bent door het geloof alleen. Zonder dat hier iets bij komt. En wordt vervolgens opnieuw wakker met de waarheid van het evangelie dat rechtvaardiging door geloof alleen betekend dat geloof, en niets anders, datgene is dat ons als kerk, en alle mensen die hun geloof op Jezus hebben gesteld, één maakt.

Laten we bidden.