De start van een nieuwe kerk

Joop BakkerResources

De start van een nieuwe kerk

 
 
00:00 / 38:18
 
1X

Utrecht 17 juni 2018

 

Afgelopen tijd eigen mini-serie:

Nov. 2017: leven uit geloof

Dec. 2017: leven uit verwachting

Jan. 2018: leven met perspectief

Febr. 2018: leven met teleurstelling

Mrt. 2018: leven naar Gods bedoeling

Mei 2017: Leven met een opdracht (de vier melaatsen: verkondiging)

 

Vandaag: de start van het nieuwe leven.

 

Mattheus 28:18-20:

18 Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, 20 en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’

 

Handelingen 1:4-8:

4 Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; 5 immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’

6 Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ 7 Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; 8 maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.’

 

Handelingen 2:37-40:

37 Toen zij dit hoorden kromp hun hart ineen en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’ 38 Petrus zei tegen hen: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen. 39 De belofte geldt immers voor u en uw kinderen, en voor allen ver weg, die de Heer onze God erbij zal roepen.’ 40 Met nog vele andere woorden getuigde hij, en hij spoorde hen aan met de woorden: ‘Laat u redden uit dit ontaarde geslacht!’

Inleiding:

Gods doel was van meet af aan om degenen die in Hem geloven en zich door het offer van Jezus te laten verzoenen, tot één volk te maken met als opdracht de wereld te vervullen met de heerlijkheid van God (Jes. 11:9; Hab. 2:14)

 

Uiteindelijk wil Hij een groot aantal uitverkorenen tot Zijn volk maken om tot in eeuwigheid onder hen te wonen tot Zijn eer en verheerlijking: Mijn huis moet vol worden (Luk. 14:23).

 

Vandaar dat Hij Zijn discipelen er meteen na Zijn Hemelvaart op uit stuurde om aan dit doel te werken.

Dáárvoor heeft Hij ons gered en dát is de opdracht voor de kerk.

Heel ons leven als gelovigen en als kerk dient in dat teken te staan.

 

Een toegerust volk:

 

Het gaat hier echter niet om een ideologie of een leer, maar om het getuigenis over God, de Schepper en Redder van de wereld. En over Jezus, als de Middelaar tussen God en mensen.

Deze opdracht kan alleen maar worden volvoerd door:

 

  1. Mensen die Hem persoonlijk kennen, die een relatie met Hem hebben.
  2. Mensen die een deel van Jezus in Zich hebben; met andere woorden die ‘vol zijn met de Heilige Geest’.

 

Deze vervulling met de Geest kan alleen nadat mensen zich hebben leeggemaakt van de vervulling van zichzelf.

Ieder mens is van nature op zichzelf gericht en heeft als doel en maatstaf voor zijn leven zichzelf.

 

Jezus heeft door Zijn offer (waardoor Hij Zichzelf helemaal ‘ontledigde’ aangetoond dat alleen een volkomen offer van jezelf aan Gods eis voldoet.

Als Jezus als de volmaakte en zonder zonde-zijnde Zoon van God het nodig achtte om afstand te doen van al wat Hij had en was, teneinde ons met God te verzoenen,

Hoeveel temeer geldt dat voor ons zondige mensen……

 

De eerste stap die Jezus zette was door zich te laten dopen: Matth. 3:15, en als reden geeft Hij: ‘Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen.’.

Hiermee liet Hij zien dat Hij bereid was Zichzelf volledig te vernederen en te sterven.

 

Op dezelfde wijze vraagt God van ons om ons te laten dopen (bekeer je en laat je dopen….), om daarmee in de voetsporen van Jezus te gaan:

 

1 Petr. 3:21-4:2

21….. en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus, 22die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn.

 

4:1 Nu dan, omdat Christus tijdens zijn leven op aarde heeft geleden, moet u zich net als hij wapenen met de gedachte dat wie in zijn aardse leven geleden heeft, met de zonde heeft afgerekend. 2 Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil.

 

De doop is dus de eerste stap die een mens zet om te laten zien dat hij vanaf nu niet meer van zichzelf is, maar van God. Hij is door Jezus’ offer gekocht en eigendom van God! Daarom hakken mensen soms zo aan tegen de doop…..

 

Na de doop van Jezus komt God meteen met het antwoord:

 

16 Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. 17 En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’ (Matth. 3:16,17).

 

De doop in water en de doop met de Heilige Geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om die reden zei Petrus:

‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.’

 

De doop in de Heilige Geest maakt het mogelijk om het leven dat Jezus door Zijn opstanding voor jou gerealiseerd heeft, te leven in Zijn kracht.

De doop in de Geest is dus je levensgeest!!

 

Maar die Geest komt pas nadat je je eigen leven aan God geofferd hebt. Dat symboliseert de doop in water.

 

Daarom schrijft (diezelfde) Petrus in zijn brief: Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil.

 

Leven naar Gods wil…..

 

Christenen die zijn gestorven aan zichzelf (en dat door de doop hebben laten zien) en nu vol zijn van God Zelf, hebben ook Zijn verlangen, Zijn wensen.

Hun verlangen is dat hun leven tot doel heeft de wil van God uit te voeren.

 

Daarom strijden ze tegen hun zwakheden en verlangens,

Daarom maken ze deel uit van Gods kerk, en

Daarom willen ze meewerken om de opdracht van God om de wereld met het evangelie te bereiken, uitgevoerd wordt, b.v.

Door hun geld en tijd in te zetten

Door te getuigen over hun leven met Jezus

Door dienstbaar te zijn in de kerk met een missie

En door hun eigen verlangens, wensen, leefstijl etc. ondergeschikt te maken aan wat God wil.

 

Wil jij zo’n gelovige zijn??